Siked!
Shauna Coxsey

Columnist Michiel Hennevelt bouwt regelmatig voor nationale wedstrijden en was zelfs de hoofdroutebouwer van Boulder 3. De schroefpiloot zit echter met z’n handen in het haar; moet het niveau van wedstrijdboulders aangepast worden aan het deelnemersveld of moet het niveau een voorbeeld stellen, waarmee de competitie alleen voor toppers interessant wordt?


De Nederlandse wedstrijdsport is een fenomeen dat mij oneindig blijft boeien. Elke wedstrijd blijft voor zowel de bouwers als klimmers een verrassing. Als het niet is omdat finalekandidaten op het laatste moment besluiten thuis te blijven, dan wel omdat wedstrijdbouwers beperkt zijn in hun voorspellende vermogen en dus altijd maar gedeeltelijk kunnen inschatten wat het deelnemersveld gaat presteren. Zelf ben ik de afgelopen drie seizoenen actief geweest in het wedstrijdcircuit: één seizoen als deelnemer en twee seizoenen als bouwer.

Hans Busker

Toen ik dit seizoen in Rotterdam als hoofdroutebouwer de verantwoordelijkheid mocht nemen voor het mannelijke gedeelte van het deelnemersveld was voor mij de hoofdvraag: wat maakt een goede wedstrijd? Hoe moeilijk moeten de boulders zijn? Ook andere nauw betrokkenen bij het wedstrijdcircuit vragen zich dit af en volgens mij zijn er op hoofdlijnen twee verschillende visies te onderscheiden. De eerste visie richt zich meer op de sportieve toekomst van het klimmen (langetermijnvisie); het niveau van het Nederlandse klimmen moet ooit gaan aansluiten op het internationale wedstrijdklimmen. De tweede visie is meer gericht op het hier en nu (kortetermijnvisie); wat is het niveau in Nederland en wat voor boulders passen daarbij?

Over veel dingen zijn de aanhangers van beide visies het wel eens: de finale moet hard zijn en klimmers tot het uiterste drijven. De beste klimmer moet een wedstrijd winnen, niet degene met het meeste geluk. Ofwel; niet te veel ‘flashboulders’.

Langetermijnvisie van het wedstrijdboulderen

Het verschil van mening zit hem in de kwalificaties. Ten eerste de langetermijnvisie waar bijvoorbeeld Vera Zijlstra zich eerder al in een interview met Siked over uitsprak. Vanuit dit perspectief zou een nationale wedstrijd om de top van de Nederlandse klimmers moeten draaien. Het niveau in Nederland is relatief laag, maar zij zijn de groep die op internationaal niveau nog enigszins een rol van betekenis kunnen spelen. Wat betreft de, op punten veelbelovende, jeugd is het de bedoeling dat zij dit ooit kunnen gaan doen. Hier past een wedstrijd bij die van begin tot eind extreem hard is. Om het in klimniveau uit te drukken – wat ik niet graag doe overigens – zou 7B daarbij het absolute minimum moeten zijn. Mindere goden hebben geen plek in deze competitie en wat dat betreft is het een toekomstvisie die niet inpasbaar is in de huidige competitievorm.

Timo Tak-NK Boulder 2014

In die huidige competitie is de kortetermijnvisie veel dominanter. Volgens de kortetermijnvisie moet geen aansluiting gezocht worden bij de internationale wedstrijdsport, maar moeten de boulders aansluiten op alle deelnemers die zich inschrijven voor een wedstrijd. Hierbij past een selectie boulders die van makkelijk tot moeilijk loopt en voor iedereen die psyched is voor boulderen wat te bieden heeft.

Hoewel ik geloof dat beide extremen te ver gaan, heb ik minder problemen met de langetermijnvisie. In wedstrijden met een gelijkmatig verloop van de boulders, van 6C naar 7C, zijn er maar weinig boulders voor de top om zich in te onderscheiden. In de praktijk leidt dit vaak tot de situatie dat de moeilijkste boulder niet eens geprobeerd wordt. Door veel te flashen en de wat moeilijkere boulders uit te klimmen is een plek in de finale verzekerd. In een wedstrijd waar het niveau van de boulders dichter bij elkaar ligt moet de top beter zijn best doen voor een finaleplek, de onderlinge verschillen komen hier beter tot uiting. Alle boulders moeten in ieder geval geprobeerd worden, waarbij het resultaat doorgaans is dat alle boulders ook wel door iemand geklommen worden.

Visies combineren

Naar mijn mening moeten de pluspunten van beide visies met elkaar gecombineerd kunnen worden. Om dit te bereiken beveel ik twee verbeteringen voor de huidige wedstrijdsport aan; één is makkelijk uitvoerbaar, de andere wat moeilijker.

Eerst de makkelijke: er moet meer coördinatie plaatsvinden tussen de bouwers van de nationale wedstrijden. Vaak is al vroeg in het seizoen bekend wie deel uitmaakt van de verschillende bouwteams. Door onderling af te stemmen hoe een wedstrijd eruit moet zien, kan aan beide visies tegemoet gekomen worden.

Nikki van Bergen

Jesse_vd_Werf-NKBoulder_BB

Dan de moeilijkere, maar meer effectieve verbetering: splits de nationale competitie op. Wedstrijden zijn druk, het niveauverschil tussen de deelnemers is groot. Dit maakt het moeilijk om zowel de top als de rest van de wedstrijdklimmers een wedstrijd te bieden waar zij alles uit zichzelf kunnen halen. Het gaat te ver om in deze column een allesomvattend idee te bieden voor een dergelijke splitsing, maar de kern is dat er twee competities naast elkaar moeten lopen. Eén idee is dat er voor een doorstroomformat gekozen wordt: als je het goed genoeg doet in de lagere competitie stroom je door naar de top (en andersom).

Ik zie geen andere toekomst voor het wedstrijdboulderen dan een dergelijke splitsing. Met de toenemende populariteit van het boulderen zal het deelnemersveld alleen maar groeien. Hopelijk zal ook de top steeds sterker worden, ook al is dat minder zeker. Met een wedstrijd van slechts acht kwalificatieboulders zal het hoe dan ook steeds moeilijker worden iedereen een goede wedstrijd te bieden. Om een potentieel dieptepunt vooruit te zijn zal ik niet stilzitten en doe ik hierbij een oproep aan iedereen die de klimsport een warm hart toedraagt om met ideeën te komen!


Foto’s: Bram Berkien (WK München en NK Boulder 2014)

 

Over de auteur Bekijk alle berichten

Michiel Hennevelt

Columnist en routebouwer Hennevelt is baas in grepen, wanden en schroeven en kan ook nog eens een aardig potje boulderen! Zijn uitgesproken analyses weten bovendien altijd een gevoelige snaar te raken.