Siked!
klimmen zonder angst

Onze favoriete columniste Elisabeth Keijzer crusht routes, boulders én taboes. Zij vroeg zich af of het gebruik van antidepressiva zorgt voor minder angst tijdens het klimmen. Een kleine steekproef in de klimwereld werkte verhelderend.

Angst uitschakelen

Je gaat een supervette route doen. Je voelt de kriebels in je buik als je omhoog kijkt. Een tikje zenuwachtig check je nog een keer jouw klimpartner, haalt een keer diep adem… en daar ga je dan. Wat irritant dat je kuit begint te trillen! Als je angst toch eens zou kunnen uitschakelen…

Recent schreven wetenschappers over het brein van soloklimmer Alex Honnold [1]. Tot verbazing van de wetenschappers slaagt Honnold er in om het angstcentrum in de hersenen uit te schakelen. Op hersenscans is bij Honnold nul activiteit in gebieden waar een gemiddelde thrillseeker op zijn minst wat zenuwachtig wordt. Maar ja, Alex Honnold is ook wel een speciaal geval.

Recentelijk schreef Roanne van Voorst over het overwinnen van angst door high-risk sporters. Ze interviewde ondermeer Alex Honnold. Lees hier de uitgebreide recensie.

Voor de meeste klimmers speelt angst een grote rol. Ik begon me af te vragen wat er gebeurt bij mensen die pillen slikken om angsten te dempen. Zou dat dan ook je klimangsten wegnemen? En als die pillen zo’n groot effect hebben, zouden ze dan ook sterke tegenwerkende effecten kunnen hebben?

De vraag ontstond toen ik dit voorjaar merkte dat mijn angstmedicatie (antidepressiva) aansloeg. Ik merkte het niet omdat ik me mentaal beter voelde, maar omdat ik met klimmen angst kwijt was. De eerste keer, tijdens het rustig clippen van een paar hoge eerste setjes in Freyr (België, red.), twijfelde ik nog of ik dit effect mocht toeschrijven aan de pillen waar ik net weer mee gestart was. Twee maanden later, toen ik in Bleau koelbloedig en bijna roekeloos de ene spooky uitklim na de andere doorbuffelde, wist ik het zeker. Dit is niet omdat ik na tien jaar klimmen opeens extra vertrouwen heb gekregen – dit gebeurt omdat ik pilletjes slik die mijn angstbeleving dempen.

Lees ook de column van Elisabeth over klimmen mét angst.

Ik wilde wel eens weten of dit alleen bij mij zo voelde en hoe andere antidepressivaslikkers dit ervoeren. Veertien klimmers reageerden op mijn oproep en stuurden me hun verhaal en antwoorden op vragen. Dit is natuurlijk een veel te kleine groep om algemene conclusies over te vellen, maar het is een fantastische verzameling om jullie een inkijkje te geven in het klimmen met psychologische pillen in je lijf. Om het klein te houden heb ik alleen gekeken naar antidepressiva en niet naar andere angstremmers en psychofarmaca.

De bijwerkingen

Want wat doen die dingen eigenlijk? Er bestaan allerlei soorten antidepressiva (serotonine-heropname-remmers, tricyclische antidepressiva, monoamineoxidaseremmers, enz.) en ieder mens reageert er anders op. Lees overigens nooit de bijsluiter met bijwerkingen die je wellicht kan krijgen, want daar krijg je spontaan jeuk (of andere dingen) van.

Als je antidepressiva slikt, dan bestaat de kans dat het je klimmen beïnvloedt vanwege de bijwerkingen. Mijn respondenten noemden gewichtstoename (tot 15 kg in een jaar!), slaapproblemen, darmproblemen, concentratieproblemen, duf gevoel, gespannen spieren, slappe spieren (inderdaad, beide effecten kunnen), overmatig zweten, droge mond (eindeloos veel water mee in multipitches!), libidovermindering (oké, niet zo relevant voor klimmen), duizeligheid, misselijkheid en minder commitment. Naast al deze onprettige bijverschijnselen komt nog de op- en afbouwperiode van de medicatie. Gedurende een paar weken tot een paar maanden kan je lichaam compleet van slag zijn. Denk aan migraine-achtige verschijnselen, extreem zweten, intens dromen of juist extra veel onrust en slapeloosheid. Sommige klimmers gaven aan dat ze in deze periode “zichzelf niet vertrouwden met zekeren” en daarom maar gingen boulderen. Kortom, feest.

klimmen zonder angst

Er zitten ook hele specifieke bijwerkingen aan de antidepressiva. Die kunnen overigens ook aan de kwaal liggen. Sommige klimmers gaven aan dat ze zich heel slecht kunnen concentreren en dan bijvoorbeeld geen sequenties van bewegingen kunnen onthouden. Als behulpzame klimmaatjes dan roepen “je moet inlezen hoor!”, frustreert dat alleen maar. Want: “Als je je hoofd er niet bij kunt houden omdat je op tien sporen tegelijk denkt of omdat je jezelf afvraagt wat de zin van het leven überhaupt is, dan is even inlezen net een brug te ver”. Ook doorzetten en doelen stellen, de energie vinden om de deur uit te gaan, melkzuuropbouw (verzuring) en minder kracht kunnen leveren zijn lastige bijwerkingen.

Bijkomende factor is dat je antidepressiva niet even kan slikken als je het nodig hebt, zoals bijvoorbeeld een paracetamolletje of ritalin; je moet een wekenlange opbouwperiode door en slikt het daarna vaak voor minimaal een half jaar. Je kan het dus ook niet even overslaan als je er last van hebt, of handig timen zoals met een anticonceptiepil. Je moet er een tijd mee door.

Geen enkele van de klimmers die ik sprak, overwogen om te stoppen met antidepressiva vanwege de bijwerkingen en de verwoestende invloed die het bij sommige had op hun klimbeleving. Zoals ééntje zei: “Weer kunnen genieten van het leven is belangrijker dan wel of niet kunnen klimmen”. Een ander antwoordde: “Ik zou aanraden om ermee te starten, want het hebben van een depressie is erger dan de bijwerkingen”. Een paar noemden en roemden het klimmen juist als een geweldig hulpmiddel: “Op momenten dat ik echt niet meer wist waar ik het zoeken moest van ellende bleek klimmen dé manier aan mijn hoofd te kunnen ontsnappen en bood het ook ontspanning.”

Medicatie is motivatie

Bij de vraag of ze dit dan ook aan hun klimmaatjes vertelden, kwamen zeer verantwoordelijke maar ook enigszins schaamtevolle antwoorden. Ja, velen hadden het wel aan goede vrienden verteld en namen ook niet de moeite om hun pillengebruik te verbergen als ze samen met anderen kampeerden. Als ze zichzelf niet vertrouwden met zekeren (“als er een sticker “pas op met autorijden!” op zit, dan pas ik ook op met zekeren”) dan deden ze dat gewoon niet; dan gingen ze in trio’s klimmen, boulderen of even een andere hobby zoeken. Aan ééndagspartners vertellen? Dat deed bijna niemand. Meerdere mensen benoemden de taboe op psychische stoornissen. “Ik heb geen zin in stigma’s, doordat mensen niet begrijpen wat bipolariteit of depressie is en wat psychofarmaca zijn.” Klimmers zien elkaar vaak als openminded, maar voor velen is dit toch wel een dingetje.

“Ik heb geen zin in stigma’s, doordat mensen niet begrijpen wat bipolariteit of depressie is en wat psychofarmaca zijn.”

Als het zoveel ellende is, waarom dan nog deze pillenhandel? Natuurlijk omdat sommige mensen het gewoon nodig hebben om een periode door te komen. Of ze maken stomweg een stofje in hun hersenen te weinig aan (mijn schoonzusje maakt overigens te weinig schildklierstofjes aan, slikt daar pilletjes voor, en krijgt daar nooit vragen over). Antidepressiva kunnen zorgen voor minder moodswings, minder hyperheid. Ze maken je leven draaglijker als je anders ondraaglijk depressief bent. Ze geven meer ruimte en rust. Ze brengen je soms beter in contact met je gevoel, waardoor therapie beter kan aanslaan.

Eén van de respondenten: “Het heeft me geholpen om mijn normale leven weer op te pakken. Met medicatie had ik motivatie en energie om weer te klimmen en genoot ik er weer meer van. (….) Mij hielp het eigenlijk heel erg bij klimmen omdat ik met de medicatie meer energie had en me überhaupt ergens naartoe kon verplaatsen. Het maakte ook dat ik minder snel opgaf en optimistischer was zodat het allemaal wat leuker werd. (…) Ook hoefde ik niet meer zo intens veel te slapen om ook maar iets te kunnen doen.”.

Hebben antidepressiva invloed op de angstbeleving?

Terug naar de beginvraag. Een aantal klimmers bevestigden mijn Freyr/Bleau-ervaring. Ze hadden minder hoogtevrees of minder voorklimstress. Soms werkte het ook op een hoger niveau. Eén persoon meldde namelijk minder onzeker te zijn en daardoor eerder routes in te durven stappen eindeloos uit te stellen. Andere respondenten merkten helemaal geen verschil in klimangst.

Iemand anders meldde nog een indirect effect, namelijk dat de medicatie hielp om meer te focussen en dat voorklimmen daardoor meer ontspannen voelde. Eén klimmer omschreef de angstreductie zelfs als gevaarlijk: “Niet meer bang, tot gevaarlijk laconiek met veiligheid”. Een bipolaire klimmer, die last heeft van extreme depressieve en hyperblije periodes, draaide het juist om: “Zonder medicatie zou ik misschien risico’s nemen die onverantwoord zijn, of juist niets durven omdat ik situaties overschat”.

Ik zei van tevoren al dat we geen conclusies zouden kunnen trekken met deze kleine steekproef. Je ziet dat het allemaal verschillende antwoorden zijn. Vergelijk het met softdrugsgebruik. De één kan fantastische trips hebben, terwijl de ander er niks van merkt en de derde heel wisselende ervaringen heeft.

klimmen zonder angst

Heel graag had ik ook uitgebreid gepraat met wedstrijdklimmers over wat medicatie doet met hun wedstrijdstress. Iemand gaf aan dat de hoeveelheid prikkels bij een wedstrijd een reden was om ermee te stoppen, zoals alleen al de finalemuziek en de speaker die daar doorheen tettert; deze persoon kon me dus weinig vertellen over het verband tussen medicatie en wedstrijdstress. Ikzelf weet dat ik mega-relaxed een wedstrijddag inga als ik de avond ervoor een paniekaanval heb gehad en kalmeringsmiddelen heb geslikt (waarvan de halfwaardetijd 16 uur is);  maar ja, het is niet zo handig om half-stoned een piekprestatie proberen te leveren. Ze staan dan ook niet op de dopinglijst (net als antidepressiva). Mocht je extreme last van wedstrijdstress hebben, dan kan ik je deze middelen niet aanraden.

“Hoe mooi zou dat zijn… als je met regelmatig klimmen minder of geen antidepressiva meer nodig zou hebben.”

FU Taboo!

De psychiater schrijft klimmen als medicijn helaas nog niet voor. Dat sporten goed is voor allerlei blijheidhormoontjes (bijv. endorfine & serotonine) in je lijf, wordt al een paar jaar onderschreven. Vorig jaar toonde een wetenschappelijke studie [EEK1] voor het eerst aan dat (indoor) boulderen ingezet kon worden bij de behandeling van depressie!

Een extreem voorbeeld van de ellende van (verslavende) antidepressiva en “genezing” dankzij klimmen is de Amerikaanse klimmer Matt Samet die over zijn ervaringen een boek schreef getiteld “Death Grip: A Climber’s Escape” from Benzo Madness (lees zijn column hier).

Voorlopig is pillenvrij leven echter voor velen nog toekomstmuziek. Ik hoop dat we wat kunnen laten zien van hoe het is om met pillen in je lijf te klimmen. Met de woorden van respondent X: “Fuck you taboo!”.

klimmen zonder angst

[1] www.nautil.us/issue/39/sport/the-strange-brain-of-the-worlds-greatest-solo-climber?utm_source=nextdraft

[EEK1]Link: http://bmcpsychiatry.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12888-015-0585-8


Tekst: Elisabeth Keijzer

Foto’s: pexels.com

Over de auteur Bekijk alle berichten Auteur website

Ron Berends

Met een dikke knipoog legt Ron je haarfijn uit waarom hij alles verafschuwt dat met touwen te maken heeft. Deze boulderaar pur sang kent wellicht nog meer boulders uit z’n hoofd dan Bart van Raaij en zijn eindeloze enthousiasme is een belichaming van de Siked-filosofie.