Siked!
Magic Wood door Bram Berkien

Betafodder, downgraden, gamba, afblokken, FFA – in de klimwereld krijg je de ene na de andere vreemde term om je oren gegooid. Siked biedt licht in de duisternis met dit doorlopend aangevulde overzicht van klimtermen!

Indien voor een bepaald fenomeen zowel een Nederlandse als Engelse term bestaat zal de Engelse term verwijzen naar de Nederlandse term, waar je vervolgens de beschrijving aantreft.

Missen we nog een term? Laat het ons weten met een mailtje naar info@siked.nl!

A

aapfactor – Het grote ongelijk van Leonardo da Vinci met zijn Vitruvian Man. In deze beroemde tekening is het uitgangspunt dat de verhouding van uitgestrekte armen ten opzichte van de lichaamslengte gelijk is. Beschik je over een spanwijdte langer dan je lichaamslengte, dan spreken we over een positieve aap-factor. Het aantal centimeter verschil komt dan achter de + te staan, bijvoorbeeld aap-factor +3. Een tip voor de klimmer met een grote positieve aap-factor: kies voor de routes en boulders waar ‘morpho’ achter staat in de topo.

Je kan een aap-factor meten door eerst je lengte af te strepen met een blok magnesium, en vervolgens te kijken hoe hoog je met je armen kan komen met je vingertoppen aan de grond. Een tip voor de single klimmer: vergelijk je aap-factor met een andere klimmer van het geslacht naar keuze door met gespreide armen tegen elkaar te staan.


afblokken – Tijdens het klimmen je arm dichttrekken, dat wil zeggen door je biceps te spannen je onderarm richting je bovenarm bewegen. Deze techniek kan tijdens het klimmen van moeilijke boulders of routes nuttig zijn als met de andere arm een pas moet worden gemaakt naar een moeilijke greep. Veel klimmers maken tijdens hun training ook veel afblok-passen om kracht op te bouwen en hun superioriteit te tonen.

aller-retour – Het klimmen van boulders op een moeilijke manier is al triviaal voor een buitenstaander, maar heen en terug klimmen lijkt wel héél dwaas. Aller-retour is ook letterlijk de Franse vertaling van heen en terug. Vaak betreft dit traverses waar blijkbaar de boulderaar nog genoeg duurkracht over heeft aan het einde van de boulder en besluit weer terug te klimmen. Deze boulders halen ook zeker niet de oranje boulderbijbel van Bart van Raaij.

Dwazer dan dit voorbeeld wordt het bijna niet. Les Gros Knees Bars is al een 15 meter lange verzurende traverse over twee zijdes van een blok, maar de aller-retour maakt er helemaal een 30 meter lang pumpfest van. Ideaal voor de duurklimmers die efficiënt met hun zuurstof om kunnen gaan en van een 7B een 8A willen maken.

allez – Franse aanmoediging voor medeklimmers die ook in Nederland veelal gehanteerd wordt. Letterlijk: ga! Zie ook: venga en gamba.

B

baan – Een veel gehoorde term in de kleedkamer tussen beginners. “Die groene baan was super lastig!” Men heeft het dus over een boulder, maar zij weten nog niet dat het een boulder heet. Het geeft ook te denken hoe en door wie deze newbies zijn uitgenodigd voor een avondje ‘banen’.

bak – De droom van iedere klimmer. Een greep waar je hele hand comfortabel in past of waar je in theorie zelfs in zou kunnen slapen.

bakken pakken – Après klimmen in haar puurste vorm. Goudgele rakkers staan na de training voor je klaar, mits je ze verdiend hebt natuurlijk! Ook wel: pilsje drinken.

belay bitch – Zie zekerslet

beta – Oplossing voor een route of boulder, de wijze waarop je je lichaam gebruikt in diverse passages. Kan ook wel gezien worden als de benodigde choreografie. Komt van de Betamax videobanden waarop men vroeger klimfilms keek. Men zou dan zeggen als een bepaalde route niet lukte: “let’s play the Betamax!”. Het geven en ontvangen van beta is een heet hangijzer voor veel klimmers, zie onder.

beta barfing – Uitvoerig roepen van aanwijzingen naar een andere klimmer die een route of boulder inleest of deze aan het klimmen is, terwijl die niet heeft gevraagd om deze aanwijzingen. Vaak is lastig vast te stellen of de beta barfer oprecht wil helpen of louter ermee te koop wil lopen dat hij/zij zelf precies weet wat de oplossing is. Veel klimmers putten er zelf plezier uit om de oplossing te zoeken en willen dus helemaal niet geholpen worden.

Tip voor klimmers die vermoeden dat er in hen een beta barfer schuilt: vraag de andere klimmer eerst of hij/zij behoefte heeft aan hulp of liever nog even zelf wil puzzelen, alvorens de beta te doneren.

beta fodder – Klimmer, al dan niet naïef of een mindere god qua klimvaardigheid, die als eerste een route of boulder probeert waarvan binnen het gezelschap nog niet vaststaat wat de beta is. Overige klimmers kijken dan welke passen deze klimmer maakt en of de beta die hij/zij daarbij gebruikt wel of niet functioneel is. Doel is daarbij uiteraard om zelf zo min mogelijk kracht en pogingen te verspillen en wellicht zelfs een flash te verzilveren.

beta lamb – Zie beta fodder

beta leeching – De beste Nederlandse vertaling zou zijn: even de kat uit de boom kijken. In de hoop op zelf een snelle send pakken zonder al te veel pogingen of kracht te verspillen even afwachten en kijken hoe andere klimmers een route of boulder aanpakken en leren van hun fouten. Een beta leecher zal dus in de praktijk een beta lamb de wand in sturen en zelf aandachtig kijken.

beta spraying  Zie beta barfing.

bidoigt – Greep (pocket) waar slechts twee vingers in passen. Letterlijk in Frans: twee vingers.

NEW! biscuit – Met deze term wordt door bleausards een makkelijkere versie van een boulder aangeduid.  Neem bijvoorbeeld het gebruik van de bak bij Jet Set biscuit of de ‘grote’ voettrede linksboven de ondergreep bij La Joker in Bas Cuvier. Als jouw reputatie belangrijk is, en je wilt niet gezandzakt worden door een knorrige Fransman, dant kun je maar beter niet in actie gezien worden van een biscuit-versie.

NEW! Bleau – Een liefkozende afkorting voor Fontainebleau. Sommige collega’s of vrienden zullen denken dat Bleau echt de naam van een plaats is omdat je alleen maar over Bleau kan praten.

NEW! bleausards – Een term bedacht voor een lichting jonge alpinisten uit Parijs uit de jaren ’20 – ’30 van de vorige eeuw. Op zondagen klommen zij op de rotsen van Fontainebleau als training voor de ‘echte’ bergen. Tegenwoordig wordt de term gebruikt voor klimmers die regelmatig in het bos vertoeven. Als je maar vaak genoeg in het bos klimt en de stijl beheerst wordt je misschien wel door je vrienden gezien als een beetje bleausard. Dat is natuurlijk de hoogste haalbare eer voor Bleau-aficionados.  Neêrlands bekendste bleausard is bijvoorbeeld Bart van Raaij en is verantwoordelijk voor uitstekende topo’s van dit gebied.

NEW! boss – Nee, dit heeft niets te maken met Bruce Springsteen, of met de eindbaas die alle boulders op zijn blote voeten topt. Een boss (of bosse in het Frans) is een ronde greep.

C

chippen – Het was in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw gebruikelijk om natuurlijke routes en boulders kunstmatig aan te passen. Daarmee werd het onmogelijke mogelijk. Deze praktijk noemt men chippen en is het een verbastering van het Engelse woord voor ‘hakken’. Niet alleen de mindere goden hebben zich hier schuldig aan gemaakt! Veel van de meest harde routes in Frankrijk zijn namelijk gechipt, zoals La Rose et la Vampire en le Bronx. Gelukkig is deze tactiek niet meer gebruikelijk en absoluut not done.

Kijk hier de hilarische video van James Pearson die afrekent met le Bronx.

clipstick – High-tech uitvinding die de verplichte free-solo elimineert als de eerste haak in een route erg hoog zit. Uitschuifbare stok waarmee het touw of zelfs setje vanaf de grond in de eerste haak geclipt kan worden.

NEW! compressie – Oftewel koelkasten sleuren. Op compressie klimmen is klimmen door het klemmen – ‘knuffelen’ – van een stuk rots. Maak je borst maar nat want die pecs moeten aan! Vooral bij het klimmen van prows komt het aan op persen. Geliefde voorkeursstijl voor mensen die houden van morpho en met een grote aapfactor.

crimper – Greep die je enkel met je vingertoppen beet kan pakken. Je vingers worden op dit type greep maximaal belast.

crux – Moeilijkste passage in een boulder of route. Dit is vaak het punt waarop klimmers vallen en dat hen er van weerhoudt de klim te voltooien.

D

débutantEen grappig bedoeld scheldwoord voor iemand die een beginnersfout maakt. Letterlijk is débutant een vertaling uit het Frans voor het woord beginner. Je spreekt het dus ook op z’n Frans en het liefst overdreven nasaal uit: dee-bu-tan.

deadpoint – Een dynamische beweging waarbij de klimmer precies op het hoogtepunt moet landen op de greep. Te vroeg en je vliegt er voorbij, te laat en je bent al overgeleverd aan die verrekte zwaartekracht.

downgraden – Het verlagen van de waardering een route of boulder. Waarschuwing! Dit kan leiden tot verlies van klimbuddy’s, maar doet wel wonderen voor je street cred op 8a.nu. Een populaire onderwerp voor downgraden is de meest geklommen 9a ter wereld: Era Vella.

NEW! drop knee – Ook wel lolotte of egyptian genoemd. Een techniek om je zwaartepunt dicht bij de wand te houden door met één van je knieën naar binnen en naar beneden te draaien. Dit is een extreem efficiënte maar ook blessuregevoelige techniek. Zo mist Jorg Verhoeven de eerste paar World Cup wedstrijden in 2018 vanwege gescheurde kniebanden. Eén drop knee teveel.

NEW! dwarpho – Antoniem van morpho. Deze boulders hebben juist een lengtevoordeel voor de kleine boulderaar. Dit kan komen doordat grepen en treden dicht op elkaar zitten, of dat er een beroep wordt gedaan op je T-rex compressie of wel dat een langer individu voor een kansloos diepe drop knee moet gaan om niet uit de wand te vallen. Uitgevonden als payback voor alle keren dat lange slungels de complete crux van een boulder kunnen skippen.

E

NEW! egyptian – zie drop knee

NEW! eliminant – Een boulder of route waarbij een greep of voettrede met opzet vermeden wordt om de gradatie op te krikken of omdat het de lijn ten goede komt. Dit wordt ook wel gedefinieerd genoemd. Neem het voorbeeld van de boulder Jet Set biscuit zonder biscuit. Want wees nou eerlijk: zonder die bak te gebruiken ben je toch pas een échte baas?! Een eliminant wordt soms als minder esthetisch beschouwd en is vaak het gretige onderwerp van zandzakkers.

F

FA – Afkorting voor het Engelse first ascent. Dit staat voor de eerste beklimming van een route of boulder, wat wordt gezien als een grote eer en reden voor een feestje. Regelmatig is de eerste beklimming voor de klimmer die de route of boulder vond, schoonmaakte en (in het geval van een route) behaakte, maar dat hoeft zeker niet het geval te zijn. De ethiek schrijft wel voor dat als een klimmer zijn ziel en zaligheid heeft gestoken in het prepareren van een lijn, andere klimmers eerst even met deze persoon moeten overleggen alvorens zelf ook een poging te wagen. Meest notoire voorbeeld is Adam Ondra die Chris Sharma’s droomlijn La Dura Dura eerder klimt dan de Amerikaanse halfgod zelf. Ondra was uiteraard wel netjes en was zelfs door Sharma uitgenodigd hem te helpen.

NEW! fata morgana – Een boulder of route die van veraf, of op video, er heel mooi uitziet, maar in het echt een draak is en kneiterhard. Verder is Fata Morgana ook een boulder in Fontainebleau. Op de video lijkt deze boulder misleidend goed te doen, maar in werkelijkheid zijn de grepen niet vast te houden.

FFA – Afkorting voor het Engelse first female ascent. Omdat vrouwen gemiddeld genomen kleinere lichamen en een andere lichaamsbouw hebben zijn zij vaak in het nadeel bij klimmen en kunnen hun prestaties dus (net als bij andere sporten) niet rechtstreeks vergeleken worden met die van mannelijke klimmers. Wanneer een boulder of route voor het eerst door een vrouw wordt geklommen maar al vaker door mannen is geklommen, is dat dus toch nog nieuws en wordt de beklimming omschreven als een FFA. Niet iedereen kan zich vinden in deze aparte classificatie: er wordt betoogd dat de term denigrerend en irrelevant is.

Lees hier wat meervoudig Nederlands kampioen Nikki van Bergen vindt van een FFA.

First ascent – zie FA.

First female ascent – zie FFA.

NEW! Font – Een afkorting van Fontainebleau voor onze Angelsaksische collega-klimmers. Want bij het uitspreken van ‘Bleau’ in het Engels dan word je raar aangekeken…

friend – Je beste vriend bij voorklimvallen bij het trad klimmen. Het betreft een apparaatje bestaande uit vier kammen die zich klemmen tegen de randen van een rotsspleet wanneer deze op spanning komen bij een val.

G

gamba – Japanse aanmoediging voor medeklimmers. Gebruik dit woord zeker als je in bijvoorbeeld Fontainebleau een groepje Japanse klimmers ziet, je houdt er gegarandeerd een paar nieuwe vrienden aan over. Zie ook: venga en allez.

gaston – een zijgreep die je belast met de handpalm naar buiten gedraaid. Kan erg zwaar zijn op je schouders!

I

intermediair – Een greep die even vastgepakt wordt, waarna direct met de zelfde hand een pas naar een andere greep wordt gemaakt. De intermediair wordt hierbij gebruikt om de lichaamspositie subtiel aan te passen of om de pas naar de volgende greep haalbaarder te maken.

K

kid crusher – Kind of jong volwassene (maar jonger dan 18) die erg harde routes of boulders klimt of het erg goed doet in competities. Vaak komen deze kid crushers al mee met de volwassenen of laten zij hen zelfs een poepje ruiken door bijvoorbeeld wedstrijden te winnen of topprestaties te leveren in boulders of routes. De ultieme kid crusher is waarschijnlijk toch wel Ashima Shiraishi.

L

NEW! lolotte – zie drop knee

M

machinist – Bestuurder van de send train. In de praktijk is dit de Messias die er binnen een groep (bevriende) klimmers als eerste in slaagt een route of boulder te toppen. Hij leidt daarmee de groep, die vervolgens allen een succesvolle beklimming pakken. Vaak is dit de beste klimmer in de groep, maar het kan ook gewoon de meest volhardende, voordringende of best inlezende klimmer zijn. Zie ook: send train.

NEW! mantel – De kunst van het uitklimmen van een boulder op niet bestaande grepen. Met enige regelmaat resulteert dit in een wanhopige seal en met een flinke deuk in je zelfvertrouwen, vooral in Fontainebleau. Mocht je echt een hekel hebben aan mantelen, zoek dan op bleau.info via de advanced search optie en excludeer de mantel. Mantelen kan een heel frustrerend en langdurig proces zijn. Zie hieronder de lijdensweg van linksrijder Ned Feehally.

matchen – Nadat je een greep met één hand vasthebt, hem tegelijkertijd ook met je andere hand vastpakken. Voor extra street credit klim je de (makkelijkere) boulders of routes zonder grepen te matchen, hoewel dat natuurlijk wel zo comfortabel is.

micro-beta – Miniscule vorm van beta. Dit kan een miniem verschil in plaatsing zijn van een vinger of voet.

mono – Een greep waar slechts één vinger in past, of als je als kind of dame gelukt hebt twee. Check even of je goed verzekerd bent voor fysiotherapie voor je je vol op een mono stort, deze grepen zijn zeer blessuregevoelig. Wellicht is het beter om te starten met een bidoigt of zelfs een pocket.

NEW! morpho – Boulders waarbij je een aanzienlijke spanwijdte nodig hebt om überhaupt een kans te maken op het uitklimmen. Dit soort boulders zijn een enorme bron van frustratie voor de kleine medemens omdat men er simpelweg niet tussen past. Voor mensen met een grote aapfactor zijn deze boulders juist een lust. Tegenovergestelde van dwarpho.

multi-pitch – Het klimmen van meerdere touwlengtes achter elkaar in een wand. Wanneer – startend vanaf de grond – de eerste touwlengte (pitch) is voltooid, wordt in de wand een standplaats gemaakt. Vanaf deze standplaats zekert nu de ene klimmer de andere klimmer terwijl die begint aan de tweede touwlengte – welke zich boven de eerste touwlengte bevindt. Op deze manier kunnen klimmers van twee tot tientallen touwlengtes afleggen. Indien het om veel pitches gaat spreken we van een big wall en is de kans groot dat de klimmers op een portaledge slapen.

N

NEW! Navy Seal –  Het ultieme noodmiddel om jezelf een boulder op te werken. Iets waar geen enkele klimmer aan ontkomt tijdens zijn eerste (of laatste!) trip naar Fontainebleau. De basis van deze puurste vorm van voortbewegen kent vele namen: whaling/walvissen, the seal/de zeehond, rupsen, de aangespoelde potvis, etcetera. Het komt allemaal op hetzelfde neer. Bij een goede Navy Seal krabbel je de boulder op met een blik van doodsangst in je ogen en het gebruik van handen, voeten, buik, oor, wang en ribbenkast is toegestaan. Een groot pluspunt van de Navy Seal is de hilariteit die het oplevert voor de aanwezige toeschouwers.

Het is wellicht niet de meest flatteuze klimtechniek, maar geef toe: geen enkele bouldertrip is compleet zonder een gezonde portie navelworstelen. Zelf eens de Navy Seal willen aanschouwen of uitproberen? Ga eens een dagje kijken bij Graviton in Fontainebleau. Het is de meestgeklommen 7A van het bos en je zal zeker vele tussenvormen van mantelen en Navy Seals zien.

Lees ook: De Navy Seal

nut – een wigvormig stuk metaal dat ergens in een rotsopening wordt gepropt als protectie. Het is de bedoeling dat de nut vast geklemd blijft in de rots bij een eventuele val.


O

ondergreep – Greep (buiten of binnen) die met de hand ondersteboven en via de onderkant vastgepakt wordt. Deze grepen bieden meestal optimaal houvast zodra het lichaam voorbij de greep beweegt, terwijl conventionele grepen dan juist slechter worden.

P

pocket – Type greep, in de praktijk een gat. Nauwkeurige plaatsing van je vingers is bij deze greep essentieel, je kunt niet zoals bij conventionele grepen met je hand voorbij de greep bewegen en vervolgens terug vallen op de greep. Over het algemeen past een beperkt aantal vingers in deze greep, bijvoorbeeld één tot drie. Zie ook: mono, bidoigt.

prow – letterlijk vertaald: “boeg”. Een prow is een boulder of een uitstekende rotswand in de vorm van een boeg. Voor het klimmen van deze secties is veel compressiekracht nodig en een beetje spanwijdte kan goed van pas komen. Klassieke voorbeelden zijn The Big Island (8C) in Fontainebleau of The Dagger (8B+) in het Zwitserse Cresciano.

Onze sterkste rotsknuffelaar van het land is gek op prows en compressie. Michiel Nieuwenhuijsen schreef The Big Island op zijn naam.

psyched – In bepaalde sporten gebruikelijke term om aan te geven dat je intens enthousiast bent. Wordt ook wel geschreven als siked.

pumped – Het nirvana voor sportklimmers: totaal verzuurde armen nadat je alles gegeven hebt in een route of boulder. In het ergste geval bereik je dit nirvana al tijdens het klimmen en is een val een kwestie van tijd. Wanneer je andere klimmers manisch met hun armen ziet wapperen tijdens of na het klimmen, maak je dan geen zorgen. Dit zijn geen onberekenbare molesteerders, zij proberen slechts de pump (verzuring) uit hun armen te schudden.

pumpfest –  Eén groot duurfestijn bijvoorbeeld in lange, overhangende en continue routes met weinig rust. ‘Fest’ klinkt feestelijk, maar klinkt alleen zo om de extreme zuur in je onderarmen episch en draaglijk te maken.

S

send – In Amerika en inmiddels ook in Europa veel gebruikte term om aan te geven dat de route of boulder geklommen is. Voorbeeld: “na die send van [de route] Era Vella trok ik een heerlijk lauw blik Schultenbrau open”. Over de exacte oorsprong van de term verschillen de meningen. Sommigen menen dat het een verbastering is van het Engelse woord ascent oftewel beklimming. Anderen menen dat de term stamt uit de tijd dat klimmers hun nieuwswaardige beklimmingen nog in moesten sturen naar tijdschriften, waar nieuws over beklimmingen nu natuurlijk via prachtige websites als 8a.nu gedeeld wordt.

senden – Een vernederlandst werkwoord afgeleid van het maken van een send.

  • ik send
  • jij sendt
  • hij/zij sendt
  • wij senden
  • jullie senden
  • zij senden

Sendville – Imaginaire stad waar alle geklommen boulders of routes terecht komen. Na een succesvolle beklimming kan een klimmer uitroepen: “Population Sendville +1!”. De snelste weg naar Sendville is uiteraard met de send train, bestuurd door de machinist.

send train – Het met al je vrienden achter elkaar klimmen van een boulder of route. Zie ook: machinist, Sendville.

sketchy – Eng. Dit kan een situatie zijn waarin er een grote mate van onzekerheid is opgetreden en die onverwachts slecht zou kunnen aflopen. Een topout zonder zichtbare grepen, een dubieuze nut of friend op de enige plek waar je kan afzekeren, of hele slechte voettreden. Al deze voorbeeld kunnen heel onaangenaam uitpakken voor de betreffende klimmer.

sloper – Greep waar je je vingertoppen niet achter kunt haken, in plaats daar van open je je hand en leg je deze plat op de greep. Vertrouwend op de wrijving van je huid op de textuur van de greep blijf je nu ‘plakken’. Door goed onder de greep te hangen kun je deze vaak beter vasthouden.

T

NEW! topo – Een boekwerk, klein of dik, met een overzicht van alle boulders en routes in een bepaald gebied. Eén van de best geslaagde voorbeelden vind je hier.

topout – De uitklim van een boulder. In tegenstelling tot de meeste boulders op plastic, klimt men buiten wel vaak bovenop een boulder. Zoek niet verder naar een felgekleurd finishkaartje, maar rol goed gemanierd dat blok op.

toppen – Het uitklimmen van een route of boulder. Bij boulderen gaat het toppen vaak gepaard met een groot gevoel van schaamte als werkelijk alle lichaamsdelen worden ingezet om niet naar beneden te glijden.

trad klimmen – Traditioneel klimmen zonder het gebruik van boorhaken, maar af te zekeren door verwijderbare protectie zoals nuts en friends.

Trad klimmen is alleen weg gelegd voor de klimmers die beschikken over stalen zenuwen. Lees hier het betoog van Gerke Hoekstra waarom je het toch eens zou moeten proberen.

NEW! T-rex compressie – Jimmy Webb dropte deze term in de film Exposure Volume II en is sindsdien niet meer uit ons vocabulair weg te denken. De beeldspraak vertaalt volledig het gevoel wanneer je compressie moet uitoefenen op grepen die niet verder dan schouderbreedte uit elkaar zitten. Je armen lijken pas te beginnen vanaf je elleboog en uit alle macht druk je naar binnen met beide handen.

U

undercling – zie ondergreep

V

venga – Spaanse aanmoediging voor medeklimmers. Letterlijk: ga! Voor maximaal effect kan aan dit woord ook ‘machina loca’ worden toegevoegd. Zie ook: allez en gamba.

Z

NEW! zandzakken – Het is een werkwoord voor mensen die al het moois in de wereld kapot willen maken. Hoewel je weet dat ze bestaan, is het altijd schrikken als je ze tegenkomt. Vooral in een klimgebied.

Wij probeerden eerder al het gevoel vast te leggen wanneer je het lijdend voorwerp bent van een zandzakker. Lees hier de vermakelijke column van P.D.G. Sac de Sable. Een klassieker.

“Het oude mannetje plaatste zijn eeltige hand op mijn schouder om zijn afkeer te benadrukken. “Non, non, non,” zei hij weer en wees naar de greep die ik net pakte. Toen pas begreep ik wat dit mannetje probeerde te verklaren: die greep hoorde er niet bij.”

zekerslet – Klimmer (m/v) die door andere klimmer (m/v) mee op sleeptouw wordt genomen om te zekeren. Hoewel dit een minderwaardig karweitje lijkt moet dit zeker niet onderschat worden: indien je als zekeraar een harde send faciliteert zou je naam zomaar in de aftiteling van het filmpje kunnen komen.

Over de auteur Bekijk alle berichten Auteur website

Ron Berends

Met een dikke knipoog legt Ron je haarfijn uit waarom hij alles verafschuwt dat met touwen te maken heeft. Deze boulderaar pur sang kent wellicht nog meer boulders uit z’n hoofd dan Bart van Raaij en zijn eindeloze enthousiasme is een belichaming van de Siked-filosofie.