Siked!

Fedde Benedictus is 16 jaar oud als hij een hersenbloeding krijgt, waarvan na uitgebreid medisch onderzoek een hersentumor de oorzaak blijkt. Volgens de specialisten heeft hij nog maar een half jaar te leven, maar toch besluiten ze hem te opereren. Inmiddels is Fedde 34 jaar, drie operaties verder en heeft hij de medische wetenschap dik verslagen. Nu traint hij keihard om ook zijn mede-deelnemers bij de Worldcup Paraklimmen te verslaan.

Geen koekje bij de koffie

Ik ontmoet Fedde in een koffiebar op de Uithof in Utrecht, waar hij college geeft over filosofie in de natuurkunde. Onder het genot van een kopje koffie spreek ik hem over zijn handicap, maar vooral over klimmen, de relatie tussen sport en wetenschap, de internationale wedstrijden en de groei van paraklimmen. Het koekje bij de koffie laat hij echter staan. ‘’Ik train op dit moment voor de eerste Worldcup in juli, in Immst. Behalve door middel van veel klimmen en cardio doen, probeer ik ook fitter te worden door een speciaal dieet te volgen. Hierbij wissel ik fases van extra veel eten, voor spieropbouw, af met fases waarin ik minder eet om vetmassa te verliezen. Mijn motoriek en algehele gesteldheid zijn echter erg afhankelijk van hoe ik me voel. Ik kan dus niet té veel onder mijn caloriebehoefte gaan zitten. Als ik erge honger heb, evenals wanneer ik heel moe ben, klim ik minder goed en val ik vaker om.’’

Fedde Benedictus

Klimmen niet de meest ideale sport

Door de tumor heeft hij namelijk een slecht evenwicht, verminderd gevoel en controle in de linkerkant van zijn lichaam, spasmen in zijn linkerbeen en ziet hij dubbel. Klimmen lijkt dan niet de meest ideale sport om te beoefenen – maar dat is voor Fedde juist een reden om het wél te doen. ‘’Omdat ik ondanks mijn handicap graag zo zelfstandig mogelijk wilde zijn, deed ik al veel aan fitness. Een vriend van mij, met wie ik heel vaak samen sportte, deed aan klimmen en vroeg mij een keer mee. Eenmaal daar bleek dat toch wel moeizaam te gaan. Ik kon door mijn spasmen mijn arm en been niet goed onder controle houden. De vriend waarmee ik klom opperde dat klimmen misschien toch niet zo’n goed plan was. Voor mij was juist dát de drijfveer om ermee door te gaan. Het plaatsen van mijn linkervoet op een trede en het vasthouden van een greep met mijn linkerhand zijn de dingen waar ik het meeste moeite mee heb. Als ik dan toch boven kom, geeft dat mij een extra trots gevoel.’’




Trainen tot bloedens aan toe

Het moge duidelijk zijn dat Fedde zijn passie heeft gevonden in het klimmen. Ondanks de grote moeite die het hem soms kost, weet hij altijd gemotiveerd te blijven. ‘’Zodra ik de klimhal binnenkom, voel ik me als een vis in het water. Het is de eeuwige drang om boven te willen komen die mij gemotiveerd houdt. Tijdens het klimmen stoot ik met mijn handen en benen overal tegenaan en zit ik vaak onder het bloed. Ik voel het echter niet goed als er iets misgaat. In mijn trainingen probeer ik me erop te focussen om zo gecontroleerd mogelijk te klimmen, in plaats van zo veel mogelijk. Zodra ik het netjes klimmen niet meer kan volhouden, stop ik voor die dag; bij mij is dat na zo’n twee uur.

Vrijheid

Wat ik het allermooiste vind aan het klimmen, is de vrijheid die je hebt. Dat klinkt gek, omdat je aan een touw zit en eigenlijk geen kant op kunt. Maar sinds ik de hersentumor heb, moet ik me altijd heel rustig houden en kan ik me nooit echt uitleven. Klimmen is voor mij de manier om mijn energie kwijt te kunnen.
Heel bijzonder als je jezelf ergens niet toe in staat acht en het dan toch lukt. Ik merk ook zo veel vooruitgang ten opzichte van een aantal jaar geleden, met name omdat ik nu veel gerichter train dan vroeger. Ik train nu vier à vijf keer per week, waarvan twee tot drie keer klimmen en ook twee tot drie keer cardio. Klimmen is voor mij ontzettend zwaar, evenals dagelijkse handelingen en lopen, dus vaker trainen dan dat zit er niet in. Sinds voorjaar 2016 ben ik lid van het Nederlands Team Paraklimmen en krijg ik, samen met Renske Nugter, één keer per week een professionele training. Tijdens de trainingen werk ik aan mijn techniek, controle over het klimmen, en doen we wedstrijdsimulaties om ons voor te bereiden op de internationale competities.’’

WK in Parijs

Op het wedstrijd-CV van Fedde staat tot nu toe enkel nog het WK Paraklimmen in Parijs, al gaat daar binnenkort verandering in komen. Begin juli is de volgende Worldcup, in Immst, Oostenrijk. ‘’Volgens mij zijn er in Oostenrijk veel paraklimmers, en dus veel competitie, wat ik erg leuk vind. Ik heb geen idee wat mijn kansen zijn en hoe de categorieën worden ingedeeld, maar ik kijk er ontzettend naar uit en train er hard voor.’’

Autumn Image Banner 468 x 60

Naast trainen is ook wedstrijdervaring belangrijk bij het meedoen aan internationale competities. Het zijn immers de fouten die je maakt, waar je het meest van leert. En terugkijkend op het WK van afgelopen september, valt er nog veel te leren. ‘’Van tevoren had mijn trainer mij ingeprent dat er maar één route was, en dat ik mij over het inlezen geen zorgen hoefde te maken, wat betreft mijn kleurenblindheid. Er bleken echter twee routes op hetzelfde touw te zitten, waarvan ik de verkeerde inlas. Tijdens het klimmen raakte ik in de war, waardoor ik na de vierde greep viel en uiteindelijke de vierde plek behaalde, van de vijf deelnemers. De drie podiumfinalisten kwamen een stuk verder in de route, of wisten hem zelfs te toppen.’’

Zwaarste categorie

Dan stel ik Fedde een vraag waar hij even over na moet denken: waren de andere deelnemers, die de route wisten te toppen, daadwerkelijk beter dan jij, of waren zij minder gehandicapt? Het antwoord dat hij uiteindelijk geeft, is verrassend. ‘’Ik nam deel in de zwaarst gehandicapte categorie, al was ik de enige die in een rolstoel zat. Het is lastig om te zeggen of de andere deelnemers harder hadden getraind, en dus beter met hun handicap kunnen omgaan, of dat ze écht minder gehandicapt waren. Als je namelijk heel goed getraind hebt, en dus een hoger klimniveau hebt, word je daarvoor gestraft bij een medische keuring omdat je minder gehandicapt wordt ingedeeld. Dit betekent natuurlijk wel dat als ik nu super hard ga trainen en veel beter ga klimmen, dat ik dan de volgende keer in een minder gehandicapte categorie word ingedeeld.

Als ik niet zou klimmen, zou ik mijn linkerhand nog slechter kunnen gebruiken, niet meer goed kunnen lopen, meer dubbel zien dan nu en niet soms maar altijd in een rolstoel zitten. Soms hoor ik dat anderen geïnspireerd zijn door wat ik doe. Ik denk dat heel veel mensen er iets aan kunnen hebben om te klimmen of een andere sport te beoefenen. Wanneer mensen zich door mij laten inspireren, is dat iets heel goeds en heel moois. Ik denk wel dat het iets is om te gebruiken, om het paraklimmen in Nederland bekend te maken. Behalve Renske Nugter, ben ik namelijk – voor zover ik weet – de enige paraklimmer in Nederland.

Boek over paraklimmen

De sport heeft nog een hoop groei te behalen, ook vanuit de NKBV. De professionele coaching, eens per week, krijg ik vergoed, maar bijvoorbeeld de reizen en wedstrijden in het buitenland moet ik zelf betalen. Wanneer ik een coach mee wil naar de wedstrijd, moet ik dat ook zelf bekostigen. Best vreemd eigenlijk, bij het Nederlands team Sportklimmen wordt dit namelijk wel (deels) gefinancierd. Aan de andere kant begrijp ik het ook wel; het paraklimmen staat nog in de kinderschoenen in Nederland.

Fedde bij de presentatie van het Nederlands team. Fedde is uiteraard de charmant liggend poserende klimmer.

Ik hoop daarom goed te presteren op de komende Worldcup, want ik denk dat als ik hoog eindig, de aandacht voor de sport enorm toeneemt. Ook ben ik een boek aan het schrijven over paraklimmen, waarmee ik het paraklimmen meer bekendheid hoop te geven. Een uitgever heb ik echter nog niet gevonden. Het gaat over hoe ik ben begonnen met klimmen, over het WK, hoe ik de (klim)toekomst zie. Met mijn boek hoop ik niet alleen in de klimsport aandacht te trekken, maar ook erbuiten, in de wetenschap. Ik schrijf voor internationale wetenschappelijke tijdschriften, en ik vind de combinatie van sport en wetenschap heel interessant. Op deze manier kan ik voor de sport een publiek bereiken dat normaal gesproken misschien niet met de sport in aanraking zou komen.’’

Sartre

Ook wanneer ik Fedde vraag naar het omgaan met zijn handicap, ligt het antwoord voor hem in de wetenschap. ‘’Ik betrek graag de Franse filosoof Sartre erbij, een existentialist. Hij zei: ‘Het meest mysterieuze aan het menselijk bestaan is dat wij nietig zijn in dit grote universum, maar dat wij ons toch druk kunnen maken om de kleinste dingen.’ Het universum is waanzinnig groot, en toch kunnen wij boos zijn omdat de pindakaas op is – dat is toch geweldig? Voor mij is dat de kunst van het leven, om je druk te kunnen maken over de juiste dingen. Met die gedachte probeer ik me niet te veel zorgen te maken om mijn handicap.’’

Paralympische Spelen

Het menselijke bestaan mag dan wel nietig zijn, de dromen van Fedde wat betreft klimmen zijn dat allesbehalve. ‘’Ik zou het geweldig vinden om ooit met de Paralympische spelen mee te doen. Prachtig nieuws dat klimmen in 2020 met de Olympische Spelen mee gaat doen, maar erg jammer dat de meeste berichten over de toevoeging van Paraklimmen weinig hoop geven. Maar mocht het in 2020 niet lukken, dan wel in 2024; als er aan Paraklimmen geen leeftijdsbegrenzing is, is mijn eigen leeftijd de grootste begrenzing. Als ik nog tien jaar leef, zou ik in 2024 wel op de Paralympische Spelen kunnen staan! Tot die tijd blijf ik hard trainen, en ik vind het plezier hebben daarin het belangrijkste. Wat ik ook bereik, ik vind het toch wel geweldig om te klimmen.’’

In december is in India een Paraklimwedstrijd waar Fedde graag aan wil deelnemen. Met alleen hard trainen gaat dat echter niet lukken, want er is veel geld voor nodig. Daarom is Fedde nog op zoek naar een sponsor. Interesse? Contact opnemen kan via feddeb@gmail.com, of kijk op deze website.

Over de auteur Bekijk alle berichten

Eva van Wijck

Student, 21 jaar en sinds 2011 verslaafd aan alles wat met klimmen te maken heeft. Eva houdt van klimmen, trainen en klimmen.