Siked!

Deze zomer begaf Bart van Raaij, dé autoriteit van klimgebied Fontainebleau, zich voor de verandering eens in een geheel andere omgeving: Rocklands in Zuid-Afrika was waar het ditmaal ging gebeuren. Speciaal voor Siked beschrijft Bart uitvoerig zijn ervaringen tijdens deze escapade. Ga er voor zitten en geniet, het woord is aan Bart.

Dit jaar was het drukker dan ooit in Rocklands, het Zuid-Afrikaanse gebied dat is uitgegroeid tot dé mondiale zomerbestemming voor de fanatieke, betere boulderaar. Ook de Nederlanders waren goed vertegenwoordigd. Veel prestaties, verslagen en video’s heb je al voorbij zien komen op Siked.

Bekijk hier welke klassiekers eerder al ten prooi vielen aan de Hollandse boys uit Utrecht

Slechts enkele klimmers wisten zich schuil te houden voor de nieuwsgierige reporters van deze epische site, ook ik ontving het verzoek om me te melden: ‘Wat maakt de Rocklands zo populair? Wat vind jij persoonlijk van de stijl, scenery en gradaties? Wat zijn de verschillen en overeenkomsten met Fontainebleau? Uiteraard willen we ook iets teruglezen over je prestaties. Waarom koos je juist die boulders? Andere mooie boulders? Wat was voor jou het hoogtepunt?’ Ik ben begonnen met typen. En ik heb het volledig uit de hand laten lopen…

De beginjaren

De eerste boulders van Rocklands dateren uit de jaren 1996 en 1997. De Zwitser Fred Nicole is degene die het gebied zo’n beetje in z’n eentje op de kaart zette, net nadat hij dat ook met het Amerikaanse Hueco Tanks had gedaan. Hij opende in die jaren onder anderen de klassiekers A Question of Balance (7B), The Rhino (7B+), Sunset Arête (7C), Caroline (7C+), Pendragon (8A), Leopard Cave (8A+) en Black Eagle (8B, nu 8B+). Niet alles werd door Fred geopend, zo opende de Brit Nic Sellars Kingdom in the Sky (7C). In de jaren daarna bleef Fred boulders openen; in de winter in Hueco Tanks, in onze zomer (de Zuid-Afrikaanse winter) in Rocklands. De klimstijl van deze twee gebieden lijkt op elkaar. Je klimt op relatief grote grepen, meestal in flink overhangend terrein. Het grijze, rode, oranje, gele, zwarte zandsteen van Rocklands heeft ook wel wat weg van het gesteente in Hueco Tanks. Een vergelijkbaar gebied in Europa ken ik niet. Met Fontainebleau heeft het helemaal niets te maken, misschien komt het Spaanse Albarracín nog het meest in de buurt.

Bart werd onlangs door Chiel Peters uitgebreid geïnterviewd over zijn liefde voor Fontainebleau

Mijn eerste keer

In 2001 was ik voor het eerst in Rocklands. Siked! was er nog niet en de Nederlandse klimmers haalden hun informatie uit het bergsporttijdschrift Limits. Ik was bezig met mijn eerste 7+8 gids en ik was vormgever en redacteur van Limits. De hoofdredacteur, Frank Sillen, had me enthousiast verteld hoe mooi Rocklands was. Met Frank Bogerman, Dennis Teijsse, Bernard Kroes en Irma Bergmans vloog ik naar Kaapstad. In Zuid-Afrika maakten we een rondreis langs The Mine (sportklimmen), Topside, Rocklands, Oudtshoorn (sportklimmen) en Montagu (sportklimmen). Rocklands bestond nog maar uit een stuk of acht van de 26 sectoren die nu in de gids staan. Ik herinner me dat ik erg onder de indruk was van het landschap en de boulders Baboon Master (8A), Armed Response (8A+) en The Vice (8B). Die zagen er echt onmogelijk uit in mijn beleving. Ik boulderde in die tijd regelmatig 7C, af en toe 7C+ en ik had dat jaar in Fontainebleau net mijn eerste 8A gedaan. Hoeveel dagen we in Rocklands waren weet ik niet meer maar het zal ongeveer een week geweest zijn. Ik klom A Question of Balance (7B), de traverse Black Labour (7B+), L’Angelot Incrédule (7C, nu 7C+ door greepuitbraak), The Carbunkle Traverse (7C), de inmiddels afgewaardeerde en omgedoopte Red Roof (7C), A Pinch of Herbs (7C) en de dyno Segregation (7C). De enige boulder die ik destijds ook echt 7C vond, was A Pinch of Herbs. Moeilijkere boulders heb ik niet geprobeerd. Ik heb de grepen van Caroline (7C+), Pendragon (8A) en Leopard Cave (8A+) bekeken maar deze boulders bestempelde ik als té moeilijk, zonder ze te proberen. Een foto van Bernard Kroes, vallend uit de acht meter hoge Creaking Heights (6C), boven een héél klein crashpadje, haalde dat jaar de cover van Limits 52.

Wieneke Gehem in Creaking Heights (6C)

Wieneke Gehem probeert Creaking Heights (6C), Frank Bogerman spot. Veel boulders in Rocklands zijn erg hoog. (Foto: Bart van Raaij)

De topo

Frank Bogerman is in de jaren daarna regelmatig naar Rocklands blijven gaan en via hem bleef ik op de hoogte van de ontwikkelingen. Bij mij kriebelde het wel, maar ik had het druk met mijn Fontainebleau topo’s en met mijn kinderen. Wat ik in het groot deed voor Fontainebleau, deed Frank al die jaren in het klein voor Rocklands; hij spaarde alle informatie die hij kon vinden en hij kent Rocklands inmiddels uit zijn hoofd. Mijn uitstapjes bleven beperkt tot vele Europese bekende en onbekende bouldergebieden, Horse Pens 40 in 2005 (USA, lijkt héél veel op Fontainebleau) en Hueco Tanks in 2006. Begin deze eeuw zijn er in Rocklands heel veel nieuwe sectoren ontwikkeld en in 2010 kwam de eerste Rocklands topo uit (Rocklands Bouldering, Scott Noy). De auteur werkt nu aan een nieuwe versie met nog veel meer sectoren.

Mijn tweede keer

Vrijwel ieder jaar vroeg Frank of ik niet eens mee ging met hem en Wieneke Gehem naar hun favoriete zomerbestemming. Jarenlang twijfelde ik wel, maar pas dit jaar overwoog ik het serieus. Vier dagen voordat Frank zijn tickets zou boeken, en eventueel ook die van mij, vond ik een muntstuk van vijf Zuid-Afrikaanse rand onder de boulder Angle Allain in Cuvier Rempart. Dat was het moment dat ik besloot om mee te gaan. Twee weken daarvoor had ik mijn vijfde gids (5+6 deel 2) gepubliceerd en ik had dus geen enkele ‘gidsdruk’ die zomer. Mijn dochter klom die dag Angle Allain (6A) en ik had die ochtend Salathé Wall (assis) (7C+) geklommen. Ik was in een opperbeste stemming. Ik rekende op een all inclusive trip met twee personal guides en ik hoefde nergens over na te denken. Mijn tickets, de huurauto, mijn slaapplek, alles werd geregeld! Daarom besloot ik mezelf niet te veel doelen te stellen. Ik zou wel zien waar ik terecht zou komen. Frank en Wieneke kennen het gebied op hun duimpje, kiezen vanzelf de mooiste boulders en weten precies wat er binnen mijn mogelijkheden ligt. Stiekem had ik twee wensen: weer eens een 8A boulderen, Caroline klimmen en verder nog wat mooie 7C’s verzamelen. Toch nog drie dus… En misschien nog wel het belangrijkste; ik besloot me helemaal over te geven aan het ritme van Frank en Wieneke. Dat ritme ligt op klimtrips doorgaans wat lager dan dat van mij, maar dat zou me wel eens heel goed van pas kunnen komen.

“Stiekem had ik twee wensen: weer eens een 8A boulderen, Caroline klimmen en verder nog wat mooie 7C’s verzamelen. Toch nog drie dus…”

Toen en nu

De grootste twee verschillen met veertien jaar geleden zijn de omvang van het gebied en de luxe van het verblijven. In 2001 was de rit van Clanwilliam, het dichtstbijzijnde dorp waar je boodschappen kunt doen, veel problematischer. Destijds reed je over een ruim twintig kilometer lang zandpad, dat niet altijd in een goede staat was, nu zoef je comfortabel over een asfaltweg. In 2001 was de enige overnachtingsmogelijkheid in de buurt van de rotsen de camping van Cape Nature Conservation; Kliphuis Campground. Een camping zonder elektriciteit. Die camping is er nog steeds, maar is verre van populair. De meeste klimmers staan op camping De Pakhuys, met meer voorzieningen. Veel klimmers huren een huisje bij Traveller’s Rest en wij deden dat bij de Alpha Excelsior Farm. Op deze boerderij is ook een koffiehuisje waar je kunt ontbijten, lunchen, koffie drinken, gebak eten, relaxen met gratis wifi en een crashpad huren. Dat is wel even wat anders dan de koude avonden op een verlaten camping, op een groep bavianen na, in 2001. Het leuke van de Hen House, het koffiehuisje, is dat ook klimmers die op andere plekken overnachten af en toe langskomen. Voor de cappuccino, de wifi en om anderen te ontmoeten. Frank en Wieneke slapen in een huisje met alles erop en eraan, ik in een grote bungalowtent met een tweepersoonsbed en elektriciteit. Verder heb ik de beschikking over een gezamenlijke douche, een gezamenlijke keuken en het huisje van Frank en Wieneke!

De slaapplek (foto: Bart van Raaij)

De slaapplek (foto: Bart van Raaij)

Rocklands

In de huidige Rocklands-topo staan ongeveer 1200 boulders. Aan de hand van twaalf bijzondere boulders die ik er dit jaar geklommen heb, zal ik het karakter van de boulders in Rocklands beschrijven. Ondanks dat het slechts één procent van het totaal aantal boulders uit de gids is, verwacht ik toch dat deze boulders behoorlijk representatief zijn voor het hele gebied. Met twee kanttekeningen: ik heb geen hoge boulders geklommen (die zijn er veel) en ik heb heel weinig boulders onder de zevende graad geklommen. De vijfde- en zesdegraads boulders die ik klom, deed ik als opwarmer en de meeste hebben weinig indruk op me gemaakt. De enige boulders die ik me nog wel kan herinneren om hun kwaliteit zijn Girl on our Mind, Gamelan en Coal Chamber (toevallig allemaal 6B+) en een tien meter hoge vier, Walk in the Park, waarin je op acht meter hoogte toch even aan de grepen voelt om er zeker van te zijn dat ze niet afbreken.

De twaalf van Bart

1. Poison Dwarf (7B)

Frank brengt me er op de eerste dag heen. We zijn vroeg in de middag aangekomen en er is nog even tijd om te klimmen. Mijn gids wijst me de mooiste en beste opwarmers, waaronder de drie 6B+ boulders die hierboven staan en al snel zit ik onder deze 7B aan de andere kant van hetzelfde blok. Het is een fysieke boulder in een overhang met een dynamische sleutelpas aan platte zijgrepen. Een mooie eerste zeven. Dat smaakt naar meer en het is nog licht!

2. Weichei (7C+)

Deze korte boulder ligt aan het pad, op een blok dat vrij ligt op een groot rotsplateau. Je loopt er vanzelf tegenaan. Frank heeft hem al eens gedaan en hij kan me er tot in detail doorheen praten. De boulder start aan een grote greep en klimt dan naar rechts over kleine randjes in een overhang. Voor mij was het een mooi welkomstcadeau. Met mijn hak naast de begingreep en een subtiel toehookje kon ik me net aan de randjes omhoog bewegen. Subtiel, technisch en krachtig. ‘Dit is waarvoor ik gekomen ben!’ zeg ik in de uitklim. Zó snel klim ik zelden 7C+. Het schemert en het is prachtig weer. Ik geniet na van de kwaliteit van de rots en van het uitzicht over de vallei waar de Alpha Excelsior Farm staat. Mijn thuis voor de komende zestien dagen. Welkom in Rocklands!

 3. Un Petit Hueco dans Rocklands (7B+)

Op de eerste echte klimdag wil ik Pinotage klimmen. Een klassieke 7B+ op een hoge rode wand. Typisch Rocklands. De boulder is prachtig, maar het lukt me niet. Misschien ben ik nog moe van de reis en de randjes van gisteren. Of is het te warm. Vlakbij ligt Shosholoza (8A+). Prachtig blok, prachtige passen. De mooiste boulder van Rocklands? Iets te extreem, zeker voor deze eerste dag, besluit ik. In plaats daarvan duik ik een koele grot in en klim ik de lange dakboulder Un Petit Hueco dans Rocklands. Met méér dan twintig passen is het eigenlijk een route. Slechts één kleine greep en verder vooral flinke halen aan bakken. Een spannende uitklim als je moe bent. Het klimt lekker en het lijkt inderdaad op Hueco Tanks. De rechter 7C-variant An Amal Roof lukt me ook. Leuk, maar echt boulderen is dit niet.

4. Out of Balance (8A)

Na een heerlijke dag niks doen ben ik weer helemaal fris. Mijn huid is nog prima en in één van de oudste sectoren, die ik nog ken uit 2001, ga ik op zoek naar een project voor de komende dagen. Ik heb vier boulders op het oog: Out of Balance (8A), Caroline (7C+), Pendragon (8A) en Herbie (8A). Out of Balance is de rechter uitklim van A Question of Balance, de klassieke 7B die ik veertien jaar geleden behoorlijk moeilijk vond. Die rechter uitklim is intimiderend hoog en na het klimmen van de 7B wordt de boulder dus pas 8A… Omdat de 7B, die ik dus ooit al klom, me nu niet snel lukt, verlies ik mijn motivatie. Voor deze boulder heb ik veel pads en een goeie spotter nodig. Dat maakt me té afhankelijk van anderen en zo’n project wil ik niet. Ik ga in Pendragon kijken. Die is lekker laag en kan ik in mijn eentje proberen. Dan ben ik niet afhankelijk van spotters en veel pads. Ik kan de eerste pas net niet maken, en de tweede lukt me echt niet. De uitklim is spectaculair maar niet zo moeilijk. Het greepje van de tweede pas is klein en blessure-gevoelig. Ook deze boulder gaat op de reservelijst. Dan Caroline, ook één van de mooiste boulders van Rocklands en nog vers in mijn geheugen; wat een prachtige wand! Na hard werken kan ik alle passen los maken. Met moeite. Dat gaat me vandaag niet meer lukken. Maar voor Caroline wil ik hier graag terugkomen.

5. Herbie (8A)

Omdat ik snak naar wat succes vandaag loop ik naar Herbie. Het is de zitstart van de mooiste 7C die ik veertien jaar geleden klom, A Pinch of Herbs. Ook hier herken ik de grepen en de passen meteen. Ik zie precies voor me hoe ik hier met Frank destijds stond. Met één klein crashpadje en een kokosmatje. Nu liggen er drie grote pads. Al snel heb ik de passen van de zitstart uitgewerkt en is mijn vermoeden bevestigd; deze is niet zo moeilijk. Het is een licht overhangende ronde kant met een knijpgreep die je echt op wrijving pakt. Net Bleau! Maar belangrijker en verrassender is dat de passen veel mooier zijn dan gedacht en dat de boulder minder gedefinieerd is dan waar ik bang voor was. De eerste pas van A Pinch of Herbs, de moeilijke sprongstart in een lichte overhang naar een knijpgreep, sla je over en in plaats daarvan klim je drie passen op de kant en maak je eeen verre haal naar rechts om bij de knijpgreep uit te komen. De uitklim is net iets liggend en hetzelfde als voor A Pinch of Herbs. Een technish en toch krachtig wandje op platte zijgrepen en slechte treden. Na een korte rust doe ik een poging. Die is meteen raak. Verbaasd sta ik op het blok. Blij ook wel maar dit is niet de 8A waar ik graag mee thuis wil komen. Daarvoor kostte het me te weinig moeite. ‘Makkelijker dan Weichei’ zeg ik tegen Frank.

Bart van Raaij in Herbie (7C+)

Bart van Raaij wordt door onbekende Japanners gespot in Herbie (foto: Frank Bogerman)

6. Iconic (7C)

Van Wieneke mag ik zonder The Rhino (7B+) geklommen te hebben niet naar huis. Dus na weer een rustdag lopen we erheen. The Rhino ziet er inderdaad fantastisch uit. Het smalle horizontale dak hangt zo extreem ver en vrij in de lucht dat je het niet zou kunnen verzinnen. Bijna niet te geloven dat we dit dak (of is het een boeg?) in 2001 niet hebben zien liggen. Op de blokken erachter warmen we op. Mijn oog valt op Iconic, een loodrecht wandje met kleine randjes. Totaal iets anders dan The Rhino, maar ook van Fred Nicole uit 1996. Soms voel ik het van tevoren; de instap ziet er vreemd en moeilijk uit, maar als ik daar doorheen kom, flash ik deze, schiet het door me heen. Van alle kanten bekijk ik alle mogelijke grepen en treden en met volle concentratie zet ik daarna de eerste pas aan. Die lukt, en ik heb het eerste randje beet. De passen daarna gaan precies zoals ik ze bedacht had. Net voor de uitklim twijfel ik nog even aan succes omdat een greep net iets slechter aanvoelt dan verwacht, en mijn voeten staan op vrijwel niets, maar het lukt en al snel heb ik de bakken van de uitklim beet. Hoe subtiel de boulders hier ook zijn, de uitklim heeft (vrijwel) altijd bakken! Iconic is een boulder die qua passen zo in Bleau had kunnen zitten. En dat zijn er niet veel hier. Vandaar dat ie me zo ligt waarschijnlijk. In Bleau was het nooit 7C geweest, hoewel, daar had je nog even af moeten sluiten met een moeilijke uitklim op slopers in plaats van bakken…

7. Stalker on the Horizon (8A)

Van Iconic lopen we door naar Stalker on the Horizon. Daarvan weten we al dat het geen 8A is. Maar zo staat ie wel in de gids. We gaan uit van 7C. Ik kijk goed naar hoe de anderen deze dakboulder uitwerken en treuzel net zo lang tot ik voorbeelden heb van alle methodes en ik er zeker van ben hoe ik alle passen wil gaan doen. Het begin is loodrecht, de uitklim flink overhangend. De moeilijkste passen zitten net voor de uitklim. ‘Stalker’ is niet zo lang en de passen zien er wat onzeker uit. Vooral omdat je moet persen tussen twee platte grepen en als er dan iets mis gaat, valt er niets te compenseren. Je kunt de grepen niet echt dichtzetten, als je de druk verliest, lig je eruit. De eerste passen gaan soepel en mijn zelfvertrouwen stijgt. In de sleutel kom ik met mijn voeten net iets anders uit dan ik had bedacht maar met een schreeuw kan ik de juiste handvolgorde toch vasthouden en op mijn tandvlees flash ik deze boulder. Een mooi ding op wat ruwere grepen. Deze wil je niet té vaak achter elkaar proberen!

Ik heb nog wat over en Caroline is on my mind. Ik besteed mijn kracht liever aan haar dan aan The Rhino en dus loop ik er weer onderdoor zonder te proberen. Ik kan die middag Caroline in twee delen klimmen. Dat is vooruitgang. Maar ik ben te moe om het af te maken. Van Pendragon lukt me de eerste pas. Een andere schoen was het belangrijkste verschil. De tweede pas lukt me nog steeds niet.

Bart van Raaij in Stalker on the Horizon

Bart van Raaij in Stalker on the Horizon

Bart van Raaij in Stalker on the Horizon

Bart van Raaij in Stalker on the Horizon

Bart van Raaij in Stalker on the Horizon (foto’s: Brigitte Wieles)

8. Teagardenroof (7C)

Een boulder die ook in het rijtje ‘mooiste boulders van Rocklands’ hoort is de flink overhangende compressie-boulder Black Shadow (8A+). Maar ik kan er kort over zijn, het lukt me voor geen meter. Ook de iets mindere linker variant, Brown Shadow (8A), lukt me niet. Voor deze boulders kom ik toch wat kracht tekort. Bovendien wil ik in dit gebied geen project dat me vele dagen gaat kosten. Wieneke heeft al regelmatig gewerkt in Teagardenroof. Het is een wat langer dak dan ‘Stalker’ en het klimt ook echt anders. De grepen zitten vrijwel allemaal in één lijn en daardoor moet je de bewegingen wat preciezer maken. Er zit van alles wat; zijgrepen, slopers, een subtiele hak-teen verklemming, randjes, een naar uitsteekseltje als greep en een knijpgreep. De moeilijkste pas zit aan het eind en de knijpgreep waar je dynamisch naartoe gaat moet precies goed in je hand vallen. Wieneke doet me de passen voor maar het lukt me niet deze boulder te flashen. Ik heb een paar pogingen nodig voordat ik alles precies goed doe.

9. Kingdom in the Sky (7C)

Eigenlijk ben ik veel te moe na het werken in Black Shadow, Brown Shadow en Teagardenroof. Maar toch wil ik nog graag naar Kingdom in the Sky. Het is een klassieker uit 1997. In 2001 hebben we ernaar gezocht maar zonder gids konden we ‘Kingdom’ niet vinden. Frank loopt er nu zo heen. Het is een mooie lijn van kleine randjes op een licht overhangende oranje wand. Echt een prachtboulder, zeker in het avondlicht. Super technisch met heel kleine treetjes, op de verkeerde plekken. Geconcentreerd stap ik in. Maar ik mis het vertrouwen dat ik had toen ik Iconic instapte. Bovendien voelt deze boulder, ook na vier pogingen, veel moeilijker aan. De klimdag is voorbij. We rijden naar de Alpha Excelsior Farm en genieten van struisvogelbiefstuk van de braai en van een gigantische volle maan die opkomt achter de Pakhuys-boulders. Van de tikkende geluiden van de Afrikaanse kikkers en de roepende vogels.

De Alpha Excelsior Farm met wijnranken, bloemenpracht en rechts de boulders van deelgebied De Pakhuys. (foto Bart van Raaij)

De Alpha Excelsior Farm met wijnranken, bloemenpracht en rechts de boulders van deelgebied De Pakhuys. (foto: Bart van Raaij)

10. Golden Virginia (8A)

Eindelijk heb ik mijn project gevonden! In een prachtig kloofje, op een golvende oranje-zwart gestreepte wand. Daar zit een vijf-passen boulder op aflopers en een afsluitend dynootje. Krachtig en toch technisch, secuur bewegen, lichaamsspanning… Precies wat ik zoek. Omdat er een grote steen naast de boulder ligt, kun je alle passen apart uitwerken. Ideaal! De steen maakt het wel een beetje spannend, want je wil er niet op vallen. In de middag werk ik de passen uit, maar één pas lukt me nog niet. Ik besluit te wachten tot het koeler is. Om vijf uur probeer ik het weer en nu gaat het veel beter. De moeilijkste pas lukt me maar nét niet en ik besluit pogingen te gaan doen. De eerste twee passen zijn namelijk niet zo moeilijk. Het gaat goed die avond en na een paar pogingen maak ik pas vier. Mijn spotter staat al te grijnzen, ik concentreer me op de einddyno, en dan schiet totaal onverwacht mijn voet van de tree. De slechte grepen die ik vast heb zijn zonder die voet niet te houden. Verbaasd sta ik weer op de grond. ‘Gast!?’ roept mijn spotter, ‘Dat was em!’ Zijn handen in zijn haar, zijn mond en ogen wijd open. Ik spreid ongelovig mijn armen en kijk verbaasd om me heen. ‘Kutterdekutterdekut’ mompel ik als ik mijn camera uit zet. Pas vier lukt me die avond niet meer.

Na een rustdag ben ik terug. Zorgvuldig warm ik op en daarna maak ik in Golden Virginia alle passen nog een keer los. De hele dag al spoken de woorden ‘Golden Vagina’ door mijn hoofd. Mijn idiote geest voorspelt zelfs dat ik daarvoor gestraft zal worden. Mijn pogingen zijn goed, maar steeds kan ik de kruispas op de slechte greepjes net niet maken. Vlak voordat het echt donker is, besluit ik het anders te proberen. In plaats van de kruispas tik ik nóg een keer door. Nu moet het gebeuren! Vervolgens kan ik ook bijpakken. Helaas tik ik in die beweging met een vrij hangende voet héél licht tegen de zijkant van het crashpad dat net onder me op de steen ligt. De dyno mis ik vervolgens bijna. Ik sla volledig naast de eindbak op een sloper. Ik kan maar net corrigeren. Golden Virginia in de pocket! Helaas met een kleine dab. Mijn straf voor mijn dirty mind.

Bart van Raaij in Golden Virginia (8A)

Bart van Raaij in Golden Virginia (8A) aka ‘Golden Vagina’. (foto: Frank Bogerman)

11. Shallow Cave (8A)

Ik heb nog dagen genoeg en één acht smaakt naar meer. Als eerste probeer ik The Shark (7C+) en Barracuda (8A). Twee mooie boegen naast elkaar. The Shark is scherp en ik wil mijn huid graag heel laten. Van Barracuda is me niet duidelijk hoe die precies start. Op de steen eronder starten lijkt cheaten en ernaast starten lijkt me veel te moeilijk. Frank weet nog een dak met vriendelijke grepen waar hij in wil werken: Swallow Cave, in de topo vermeld als Shallow Cave. Samen werken we de passen uit en aan het eind van de middag kan ik alle passen los maken. Op één na. Het bekende verhaal. Het is een loodrecht dak, vlak boven de grond, op glasachtige gele rots. De grepen zijn relatief groot maar hebben weinig wrijving. Heel vriendelijk voor de huid maar het maakt de boulder erg krachtig. Bijna alle grepen zijn diep, breed en plat, je kunt vrijwel nergens achter om eens lekker te crimpen. De boulder zuigt mijn lichaam die dag volledig leeg. Maar ik heb een nieuw project!

Na twee rustdagen gaat de tijd toch dringen. Ik heb nog drie dagen voordat ik weer naar Nederland vlieg en ik wil nog drie boulders klimmen: Caroline, Shallow Cave en Kingdom in the Sky. Als alles lekker loopt, moet dat kunnen! De eerste van de drie laatste dagen miezert het hoog op de pas. Caroline gaat vandaag dus niet door. We rijden snel de pas weer af en gaan naar Shallow Cave. De volgorde maakt immers niet uit! Het valt me tegen hoe fit ik ben na twee rustdagen. Ik moet echt vechten voor de passen in het dak. Het idee was dat ze na twee rustdagen een stuk makkelijker zouden aanvoelen. Ik kan nu ook de sleutelpas maken en ik doe een hele goede poging, maar Shallow Cave geeft zich vandaag niet gewonnen.

8 day rain

Frank Bogerman op weg in deelgebied ‘8 day rain’. Daar liggen ondermeer de 8A’s Barracuda, Shalow Cave en Golden Virginia. (foto: Bart van Raaij)

 

12. Caroline (7C+)

De druk loopt op en ik besluit geen rustdag te nemen en daardoor niet alles op de laatste dag aan te laten komen. Of dat slim is, weet ik dan nog niet. Het liefst klim ik Caroline en dus lopen we voor de derde keer naar Roadside vanaf de pas. Ik weet intussen precies hoe ik me hier warm moet klimmen en vol vertrouwen beland ik onder Caroline. De dag is nog lang. Vandaag gaat ie lukken! Mijn eerste poging is de beste ooit. Ik val eruit omdat mijn teen uit een toehook schiet. Een pas die ik heel zeker kan maken als ik daar staand instap. Caroline is een flink overhangende vlakke wand met verticale ribbels. Meestal te klein, maar op sommige plekken net groot genoeg om te pakken. De meeste grepen zijn ondiepe knijpertjes. Dat maakt de boulder erg krachtig en moeilijk voor je voeten. Iedereen lijkt zijn eigen methode te hebben. Het kan frontaal, en het kan met drie opeenvolgende diepe lolottes. Met een toehook om de rechter kant, een hakje links en alle mogelijke combinaties. Die dag doe ik alleen maar goede pogingen. Maar iedere keer schiet mijn toehook eruit. Shallow Cave kan ik vergeten en voor Caroline komt het dus toch op de laatste dag aan. Een korte, want uiterlijk om vier uur moeten we beginnen aan de rit naar het vliegveld van Kaapstad…

Wat vroeger dan normaal zijn we bij de blokken. Frank en Wieneke klimmen niet. We zijn hier alleen voor mijn beklimming van Caroline. Een lijn trouwens die door Carol heet is gevonden. Ze kon hem niet snel genoeg klimmen en Fred was haar voor. En zo werd ‘Carol her line’ de klassieker Caroline. De omstandigheden zijn vandaag perfect. Vannacht had ik bedacht dat ik voor deze boulder de rechter van mijn speciale Rocklands-dragons zou wisselen voor een oude vertrouwde cobra. Een betere toehook schoen is er immers niet. Weer doe ik alle passen los en de toehook ligt perfect! Snel zitten, de handen zorgvuldig poffen en de voeten netjes op de eerste treden. Dan de eerste zijgrepen pakken en sleuren naar de knijper rechts. Omhoog komen en doortikken naar de tweede knijper. Dan maak ik een vreemde heelhook in de startgreep en kan mijn linkerhand omhoog. Die zit perfect in het kleine, scherpe zijgreepje. Voetwissel en een toehook rechts. Ik pak door en Wak! Daar vliegen mijn tenen er wéér uit! Keer op keer neem ik rust en probeer ik het weer. Steeds hetzelfde verhaal. Het gaat niet meer lukken. Ik ben te moe. Het is genoeg geweest. Maar ik wil té graag. Om half drie besluit ik dat het met die toehook niet gaat. De enige uitweg die ik nog heb is de frontale methode van Frank. Ik probeer het een keer en ik maak meteen de pas. En nog een keer. Dit wordt mijn methode. Mijn laatste redding. Wordt het toch nog een epische bouldertrip! Om drie uur stap ik in. Mijn vingers kraken. Mijn lichaam protesteert, mijn tenen doen pijn. Maar de truc werkt! Met uiterste krachtinspanning maak ik de pas die me nooit lukte vanaf de grond. Ik druk mijn linkervoet in een diepe lolotte en pak de eerste grote zijgreep. De bevrijdende greep. De greep waar het afgelopen is. Maar ik ben helemaal leeg. Mijn linkerhand gaat niet dicht, mijn rechterhand gaat langzaam open. Ik kan het niet afmaken. Ik moet erom lachen. Het is mooi geweest. Ik heb een geweldige tijd gehad. Mooie boulders geklommen. Het was goed.

Om half vier doe ik nog één keer mijn schoenen aan. Als ik geen fouten maak, als ik alles in één keer goed doe en vertrouw op mijn wilskracht, op mijn vechtlust, dan heb ik nog één laatste kans. Over en paar minuten moeten we echt naar de auto lopen. Dan kan het niet meer. Alles gaat precies goed. Niet makkelijk, maar de passen gaan. Ook de frontale pas van Frank. Ik blaas en grom. Ik druk de lolotte erin en pers als een malle. ‘Keihard lolotten!’ roept Frank. ‘Niet opgeven!’ roept Wieneke. Ik pak de goede zijgreep en waarom weet ik niet, maar ik heb hem beet. Ik ben helemaal kapot maar ik heb hem klemvast. Ik heb mijn Bouldermeister shirt aan. Er kan niets meer fout gaan. ‘Ik weet niet waar je het vandaan hebt gehaald…’ zegt Wieneke als ik aan de topgreep hang. Ik ook niet. Maar het maakt me ook niks meer uit. We pakken in en lopen terug. In de verte zie ik The Rhino. ‘De volgende keer’ weet ik. En ik huppel een stukje. Zonder dat Frank het ziet. Een glimlach van oor tot oor.

Volgend jaar weer?

Vrijwel iedereen die vertrekt, hoor je zeggen ‘volgend jaar weer!’ Reserveringen voor huisjes worden meteen weer gemaakt. Het landschap, de stilte, de kwaliteit van de boulders, het ideale weer, de sfeer. Het zijn allemaal redenen om hier weer terug te komen. De (meeste) waarderingen zijn vriendelijk. Het klimt gewoon erg lekker. Hou er rekening mee dat veel boulders erg hoog zijn. Niet alles in de gids is dus geschikt als dat je tegenstaat. Er staan genoeg makkelijke boulders in de gids maar velen vallen af als je niet hoger dan vijf meter wil klimmen. Ook nu nog worden er nieuwe sectoren ontwikkeld. Die komen vast in de nieuwe gids en de grootste waarderingsfouten zullen er ook wel uit gehaald worden. Over het algemeen zijn de boulders een plusje makkelijker dan in Fontainebleau. Voor alle gebieden is een permit verplicht. Koop die ook, ook al wordt er weinig gecontroleerd. De boeren krijgen zo wat terug voor het gebruik van hun land en de kans is dan groot dat ze klimmers zullen blijven toelaten op hun land.

Ik wil in elk geval graag terug. Voor Shallow Cave, voor het geluid van de kikkers, de heldere melkweg aan het firmament in een donkere nacht, voor de kleuren en de bloemen en de frisse lucht. Voor Kingdom in the Sky. Maar eerst een seizoen Bleau. Voor een nieuwe 7+8 en wat subtiele slopers.

Tekst: Bart van Raaij

Over de auteur Bekijk alle berichten Auteur website

Ron Berends

Met een dikke knipoog legt Ron je haarfijn uit waarom hij alles verafschuwt dat met touwen te maken heeft. Deze boulderaar pur sang kent wellicht nog meer boulders uit z’n hoofd dan Bart van Raaij en zijn eindeloze enthousiasme is een belichaming van de Siked-filosofie.