Siked!

De vermaarde columns van huiscolumniste Elisabeth Keijzer gaan altijd en bij iedereen als zoete broodjes naar binnen. Met de oren gespitst begeeft zij zich in de klimwereld op zoek naar onbesproken verhalen die meer aandacht verdienen. Wederom is de zoektocht geslaagd: paraklimmen. WK-deelneemster Renske Nugter deelt haar verhaal openhartig.

Ze zit in het Nederlands team en traint voor haar tweede WK. Ze heeft geen 8a.nu-profiel, maar hoort wel bij “de 14 van Johan [Cruyff]”, is USAC-lid en wordt gesponsord door CenterParcs. Wie kent haar niet? Renske Nugter, ik wilde haar verhalen wel eens horen en sprak met haar af in de Klimmuur Utrecht.




Renske heeft een spasme, wat betekent dat ze de spieren aan de linkerkant van haar lichaam slecht kan sturen. Als je spieren slecht kan aansturen, lijkt sportklimmen niet de meest logische hobby. Maar Renske las op haar elfde een boek over bergbeklimmen, riep dat het was wat ze wilde, mocht een keertje mee klimmen met een familievriend en is sindsdien niet meer gestopt.

Heb je wel eens overwogen om te stoppen?

“Nou ja, ik heb niet altijd even fanatiek geklommen. Als kind was het soms wel heel vermoeiend; met gym en school erbij was het behoorlijk veel voor mijn lichaam. Mijn uithoudingsvermogen was minder sterk dan nu. Rond mijn zestiende heb ik een tijdje wat minder geklommen omdat ik met andere dingen bezig was. Maar op mijn zeventiende deed ik mee aan een internationaal sportkamp voor jonge gehandicapten en daar werd mijn passie voor klimmen weer gewekt!”

Heb je nog getwijfeld of je lid wilde worden van de USAC (Utrechtse Studenten Alpiene Club)?

“Oh, daar denk ik eigenlijk niet over na. Ik vind het ook niet erg om erover te praten. Ik vind het erger als mensen naar mij staren en niets durven te vragen. Bij de USAC ben ik toevallig terecht gekomen. In 2012 stond ik in de Hoogtelijn, omdat ik voor het WK aan het trainen was. USAC’er Fedde, die hetzelfde heeft als ik, stuurde mij een berichtje of ik zin had om een keertje langs te komen bij de USAC. Dat deed ik en het bevalt me prima! Het is wel raar, naast Fedde ken ik geen enkele klimmer met een handicap. Ik geef wel training bij Only Friends (sportclub voor kinderen met een handicap, red.) in Amsterdam, maar dat zijn vooral jonge kinderen die nog niet echt serieus met sport bezig zijn. Ik ken geen andere gehandicapten die dezelfde passie voor klimmen delen als ik, afgezien van Fedde dan.”

bram-berkien-2016-02-17-16-28-01

In Groot-Brittanië zijn de BMC ParaClimb Series. Wat vind je daarvan?

“Dat is toch precies wat je wil! De Britten lopen daarin voor op de rest van Europa. Een serieuze competitie, waarmee de besten zich kwalificeren voor het WK. Waarom zij dat wel hebben en wij niet, daar kan ik wel redenen voor bedenken maar ik weet niet of het klopt. Zij hebben een oudere klimtraditie en klimmen meer buiten, dus hebben misschien ook wel meer gehandicapte klimmers dan wij. Wellicht zijn dat mensen die ooit fanatiek klommen en nu paraklimmer zijn? Of misschien hebben ze gewoon een sterke drijvende kracht die de boel bij elkaar gebracht heeft? Mijn grote droom is om in Nederland ook zo’n paraklimcompetitie te hebben. Vroeger waren regiowedstrijden voor mij het hoogst haalbare en dan werd ik alsnog voorbij geklommen door twaalfjarigen. Dan kan je wel zeggen dat je daar boven moet staan, maar dat is uiteindelijk natuurlijk niet echt leuk.”

Hoe ben je bij het Nederlands (para)team terecht gekomen?

“Na het sportkamp van NOC-NSF werd ik geselecteerd voor “de 14 van Johan”: 14 jonge, gehandicapte sportambassadeurs. Onderdeel van dit programma was dat je een doel moest hebben en die van mij werd het WK van 2012. Ik mailde Reinier (Rijke, red.) van de NKBV en die vond het een goed plan. Ik hoefde me niet eens te kwalificeren, want er waren geen andere Nederlandse deelnemers. In 2012 wist ik totaal niet wat ik deed of hoe ik moest trainen. Voor het WK van dit jaar wil ik het professioneler aanpakken. Ik heb contact gezocht met de NKBV en mocht meteen gaan praten met Aukje (van Weert, red.), Reinier en Tim (van der Linden van sportzaken, red.). Er ligt nu een programma op maat met fysiotherapie, techniektraining en het oefenen van wedstrijdskills. Ik ontdek nu pas dat ik sommige basistechnieken nooit geleerd heb, zoals inlezen en voetplaatsing. Op alle plekken waar ik ooit training heb gehad werd het blijkbaar al zo bijzonder gevonden dat ik überhaupt kon klimmen, dat men nooit de moeite heeft genomen om me wat techniek te leren. Raar eigenlijk! Nu merk ik enorme vooruitgang. Ik heb al zoveel geleerd!”

Op het WK van 2012 werd je vierde. Ga je dit jaar voor een podiumplaats? Trouwens, hoe werkt dat eigenlijk, zo’n parawedstrijd?

“In de parasporten heb je een heleboel categorieën, bijvoorbeeld visuele handicaps of mensen met één arm. Mijn categorie is neurological disability, die ook nog onderverdeeld is in twee subcategorieën afhankelijk van hoeveel je kan. Op basis van een medische keuring word je ingeschaald met een bepaalde correctiefactor. Heb jij bijvoorbeeld correctiefactor 1,5 en komt een andere klimmer met correctiefactor 1 verder dan jij in de route, dan kan het zijn dat jouw eindscore hoger is. Dit lijkt heel gestructureerd, maar de praktijk is nog heel onprofessioneel. Zo was bij de laatste internationale wedstrijd waar ik was (de ParaCup in Sheffield, 2015) überhaupt geen medische keuring. Als de medische keuring er dan wel is, dan is de keuring soms ook wat willekeurig. Een voorbeeld is dat ze op een rustdag bij mij spierspanning kwamen meten – terwijl die spanning verschilt per dag! De medicus was overigens een Italiaan die geen Engels sprak, dus ik kon het hem ook niet uitleggen of toelichten. De organisatie van de ParaCups verschilt ook per jaar, soms zijn het er twee, soms vier, of soms hebben ze opeens een andere naam (ParaMaster). Begrijp me goed, ik ben heel blij dat ze er zijn en je ziet dat er veel ontwikkeling in de sport is. Het kan nog veel beter.




Qua deelnemers zijn we er ook nog lang niet; bij de laatste ParaCup was ik de enige in mijn categorie, want de andere vijf klimmers kwamen niet opdagen. De routebouwers wisten ook niet goed wat ze moesten verwachten, want ik kwam slechts tot een paar meter hoogte in mijn finaleroute, terwijl in de categorie “vrouwen met één arm” drie dames de route topten. Ik heb dus ook geen flauw idee hoe ik het zal doen op het WK dit jaar. Mijn voornaamste doel is om tot in de puntjes voorbereid te zijn. Als ik dat haal, is het voor mij geslaagd.”

bram-berkien-2016-02-17-16-41-46

Je zegt dat je zeven dagen per week met klimmen bezig bent. Wat doe jij anders? Moet je extra oppassen bijvoorbeeld? En hoe zit dat met buitenklimmen?

“Extra oppassen moet misschien wel, maar daar ben ik eigenlijk niet zoveel mee bezig. Ik volg wel veel fysiotherapie en ik kan beter vijf keer per week een uurtje klimmen dan de gebruikelijke twee keer per week drie uur. Dat houdt mijn lichaam gewoon niet vol, al zou ik het natuurlijk wel anders willen. Buitenklimmen heb ik één keer gedaan, maar als het heel koud is werkt dat slecht voor mijn spieren. Op een matje slapen en kamperen is ook niet bevorderlijk… Boulderen doe ik soms, maar omdat mijn reflexen niet zo goed zijn is vallen heel eng. Ik neem daarom altijd iemand mee als superspotter. Meestal ga ik dus gewoon sportklimmen, dat vind ik ook wel prima. Alle paracompetities zijn overigens toprope, uit veiligheidsoverwegingen – ook boulderen. Ik denk dat het ook niet echt veilig zou zijn als ik zou willen voorklimmen. Ja, viertjes zouden misschien wel veilig kunnen, maar daarna zou ik meer en moeilijker willen en dat kan natuurlijk niet. Nou, dan liever helemaal niet!”

Wat is iets dat iedereen zou moeten weten?

“Het is belangrijk dat meer gehandicapten gaan sporten. Ik zou willen dat ze zouden weten dat de klimcommunity heel open is, dat je gewoon kan binnenlopen en dat niemand raar doet om wie je bent. Mijn boodschap: klimmen kan iedereen. Het is leuk. DOE HET!!!”

Foto’s: Bram Berkien

 

Over de auteur Bekijk alle berichten Auteur website

Elisabeth Keijzer

Elisabeth is columniste bij Siked. Als wedstrijdklimmer en ervaringsdeskundige grijpt ze regelmatig naar de pen om haar scherpe inzichten met de wereld te delen.