Siked!

In augustus zal in Rio definitief worden bepaald of klimmen een Olympische sport wordt, alle voortekenen lijken gunstig. Dit zal tot een nog grotere toename in populariteit van de sport leiden, met alle gevolgen van dien voor de fragiele klimgebieden. Een permit lijkt de enige oplossing, bepleit Bram Berkien in zijn betoog.


Zoals we afgelopen jaar al berichtten zal tijdens de Olympische Spelen in Brazilië in een vergadering van het IOC bepaald worden welke sporten worden toegevoegd aan de Spelen van Tokyo 2020. Er wordt verwacht dat deze laatste horde geen verrassingen op zal leveren wat betekent dat sportklimmen hoogstwaarschijnlijk tot het programma zal behoren in Japan. Het voorgestelde format waarbij één medaille te behalen is en atleten alle drie de disciplines moeten beoefenen kan op de nodige kritiek rekenen, maar kan ook gezien worden als een pilot. Als de sport aanslaat bij het grote publiek en het verwachtte spektakel oplevert, zou het goed kunnen dat in 2024 bij elk van de drie disciplines een medaille te verdienen is.

Niet houdbaar

Lezers van Siked hoeven we niet meer te vertellen hoe spectaculair klimmen kan zijn. Het ligt in de lijn der verwachting dat, zodra deze sport een enorm publiek bereikt via het platform van de Olympische Spelen, een groot aantal nieuwelingen de stap naar de klimhal zal maken. Van hen zal uiteraard een deel weer afhaken, maar een aanzienlijk deel zal vermoedelijk ook blijven hangen en de stap naar buitenklimmen maken. Dat terwijl vele gebieden op dit moment al te kampen hebben met toenemende druk doordat de klimsport snel groeit. Her en der worden daarvoor uitstekende initiatieven ondernomen, zoals SaveBouldering en clean up acties. Iedere klimmer die wel eens buiten heeft geklommen zal ook bekend zijn met de drukte in de klimgebieden van Fontainebleau of in de rij staan voor een route in Berdorf. Tijdens feestdagen en vakanties is dit fenomeen misschien wel dubbel zo erg. Beeld je nu even in dat in de jaren na de Olympische Spelen een nog groter aantal klimmers de weg naar buiten weet te vinden en een serieus probleem wordt duidelijk: de huidige zeer vrije toegang tot deze gebieden is niet houdbaar bij een nog verdere groei van de klimsport.

bram-berkien-2015-12-10-14-53-44

Uiteraard zijn er gebieden waar al een vorm van regulatie plaatsvindt. Zo moest in Berdorf een permit aangevraagd worden, een systeem dat maf genoeg afgelopen voorjaar op de schop ging. In Yosemite in de VS mogen klimmers een beperkt aantal dagen in het park blijven, een regel die met voeten getreden wordt ten gunste van harde sends. Met het oog op de groei van de sport én de Olympische Spelen wordt het echter tijd om de toegang tot klimgebieden serieuzer te reguleren. Ongetwijfeld zal dit pijnlijk zijn en tegen het zere been schoppen van veel klimmers die gewend zijn aan de vrijheid van het gaan en staan waar ze willen. Om ook toekomstige generaties dezelfde fantastische buitenklimervaring te kunnen bieden is er echter geen ontkomen meer aan een duurzamere oplossing.

Het voorstel is simpel: laat klimmers tegen betaling een permit aanschaffen voor het gebied waar zij willen klimmen. Deze permits zijn in beperkte mate verkrijgbaar en kunnen enkel worden verkregen als een klimmer aantoonbaar bekend is met zowel veiligheidsregels als aandachtspunten bij het verkeren in een kwetsbaar natuurgebied. Deze constructie biedt drie voordelen: er is geld beschikbaar om de gebieden te onderhouden en controleren, er lopen enkel klimmers rond die bekend zijn met regels voor veiligheid en de natuur met respect behandelen en ten slotte kan de drukte in gebieden gereguleerd worden.

bram-berkien-2015-12-12-15-50-47

Kosten

Allereerst de kosten. In de toekomst zal onderhoud van klimgebieden vermoedelijk nog meer financiën vergen, als de druk op zowel de natuur als technische gear in de wand groter wordt. Voor bijvoorbeeld rebolting-projecten wordt vaak een vrijwillige vergoeding gevraagd of er worden sponsors gezocht. Om de veiligheid van de toegenomen groep klimmers te garanderen zal echter een structurele financiering nodig zijn. Wie kan hier beter voor opdraaien dan de gebruiker zelf, die nu in principe nog gratis geniet van het werk dat vrijwilligers voor hen in de wand hebben uitgevoerd. Ook het controleren van gebruikers in klimgebieden vergt uiteraard mankracht. Klimmers betalen in hallen tussen de vijf en tien euro voor een middag klimmen, een vergelijkbaar bedrag betalen om op echte rots schitterende klassieke routes en boulders te mogen klimmen klinkt dan zeer schappelijk.

Een permit biedt ook mogelijkheden voor het stellen van eisen aan de klimvaardigheid van bezoekers. Het is absurd te noemen dat om te mogen klimmen in een indoorhal een cursus gevolgd moet worden, terwijl elke willekeurige klimmer buiten een route in kan stappen. Niet voor niets wijdt Climbing.com er een vaste rubriek aan: Unbelayvable. Mijn persoonlijke favoriet is het verhaal van de klimmers die voor 15 dollar een ninja haak kochten op Amazon en dachten dat ze wel klaar waren voor harde sends. Als de sport blijft groeien én schittert op de Olympische Spelen kunnen verhalen als deze nog vaker voorkomen en tot ernstige ongevallen leiden. Bij het verstrekken van een permit kan de eis gesteld worden dat klimmers in het bezit zijn van een klimvaardigheidsbewijs. Gedacht kan ook worden aan een aanvulling op dit klimvaardigheidsbewijs waarbij aspecten van de omgang met de natuur in klimgebieden worden behandeld. Voor klimmers van de huidige en voorgaande generaties zal dit even slikken zijn, voor hen kan uiteraard een kortere weg aangeboden worden. Klimhallen en -bonden zullen hierin in cruciale rol spelen, zij zullen immers de kwaliteit moeten controleren en moeten beoordelen of klimmers die al een tijdje meedraaien aan de eisen voldoen.

_BBE4749

Drukte reguleren

Tenslotte maakt de permit het mogelijk om de drukte in klimgebieden te reguleren. Voor een klein gebied als Berdorf kan bijvoorbeeld voor specifieke periodes een beperkt aantal permits uitgegeven worden. Dit zal in een aantal gevallen tot teleurstelling leiden, maar het is belangrijk om te realiseren dat het buiten mogen klimmen in bepaalde gebieden niet iets is waar je als klimmer recht op hebt. Het is aan de beheerders van het gebied om te bepalen hoeveel druk het gebied aan kan. Als je als klimmer buiten de boot valt kun je simpelweg naar een ander gebied reizen of het op een ander moment opnieuw proberen. In een groot gebied als Fontainebleau zouden zelfs permits per sector uitgegeven kunnen worden.

Klimgebieden moeten uiteraard geen pretparken worden. Van een hek of kassa’s bij de ingang is geen sprake. De compleet vrije toegang waar op het moment sprake van is lijkt echter niet langer realistisch, zeker met het oog op de instroom van hordes nieuwe klimmers zodra het grote publiek erachter komt hoe fantastisch klimmen is. Ik besef dat het op grote schaal invoeren van een permit-systeem een ingrijpend project is, maar het zal noodzakelijk blijken om zo lang mogelijk van de buitengebieden te kunnen genieten.

Over de auteur Bekijk alle berichten Auteur website

Bram Berkien

Mede-oprichter van Siked! Verzorgt fotografie en een artikel hier en daar. Daarnaast ook zelfstandig werkzaam als active lifestyle fotograaf. Na een begin als boulderaar kan hij nu ook de lokroep van het sportklimmen niet weerstaan.

  • Harald Swen

    Hmm. Vraagt om een serieuse tegenreactie. Waarom kruip ik in de pen? Infrastructuur van de klimgebieden – en zeker die om ons heen – is sinds jaar en dag m’n ding. Eerst prive, sinds enkele jaren ook beroepshalve. Het verhaal zoals er nu staat heeft een te hoog klok/klepel gehalte en lijkt op een provocatief verhaal voor de kliks.

    Bovendien gaat het verhaal in tegen een van de kernwaarden van het klimmen: vrijheid. En die vrijheid moeten we verdedigen. Vragen om een verplicht klimvaardigheidsbewijs is niet alleen vloeken in de kerk – het is ook erg onnadenkend. We hoeven geen extra wassen neus verplichtingen voor allerhand activiteiten. Dat is vragen om ellende/bureaucratie. Bovendien zijn het de ervaren klimmers die procentueel meer fouten maken. De sneuvelbereidheid van beginners in de tegenwoordige samenleving is namelijk niet zo hoog. Érvaren’ klimmers daarentegen denken dat ze foutloos zijn – die groep moet je targetten… By the way – op mijn kaartje bij de NKBV staat het woord veiligheid. Veiliger klimsport kan ik me dus wel in vinden. Ben ik dan beroepshalve voor een klimvaardigheidsbewijs outdoor omdat dat de veiligheid zou vergroten? Volmondig nee. Haalt quasi niks uit. Bovendien zijn tal van vormen van de klimsport inherent risicovol en inherent behelst met een grote onzekerheidscomponent. Rots is niet genormeerd, runn-outs ook niet en het mentaal gestel laat zich niet in een getal vatten. KVB outdoor verplichten? Bull.

    Wie onvoldoende weet heeft van de kernwaarde vrijheid bij de klimsport raad ik aan even heel snel in de historie te duiken. En wil je dat niet in ‘t Duits, Engels, Frans of whatever lezen: D’r is net een best wel goed Vlaamstalig boek over klimhistorie verschenen.

    Ik reageer in even snel/puntsgewijs op een paar dingen over de permit.

    Het is een non-issue, specifieke uitzonderingen daargelaten.

    Mis in ‘t verhaal nu juist de beste voorbeelden van een permitsysteem: de door KBF en CAB beheerde Belgische klimmassieven. Dat werkt sinds jaar en dag, en sinds we voor de NKBV de beperkingen hebben opengebroken ook fair en naar ieders tevredenheid. Van tijdelijke beperkingen is enkel voor groepen sprake. Overlast? Nee. Apropos drukker: de drukte in Freyr of Dave is minder geworden door de ontwikkeling/uitbouw van (nieuwe) gebieden als Paradou, Durnal en Pont a Lesse. Spreiding is ook regulatie. En beter verteerbaar dan beperkingen.

    Mis nog een paar goede beheersvoorbeelden zonder regulatie. Om er ‘s een paar te noemen: accessfund.org, The BMC en PK Klettern. Alles voorbeelden van beheer, voorlichting en zachte sturing. Gaat perfect. Permits? Nee, niet nodig.

    Yosemite: hier is helemaal geen sprake van een permitsysteem. Wat is er dan wel? Er is een beperking op vervoersstromen en overnachtingen. Hueco was een beter voorbeeld geweest van een permitsysteem, maar daar was de reden een compleet andere.

    Kosten van inrichten: er blijven altijd plenty single minded locals die al hun vrije tijd in het (her)behaken zullen stoppen. Don’t worry.

    Meeste nieuwe klimmers zullen indoor blijven. Die zien de sport als fitness, lekker bewegen en willen helemaal niet die verantwoordelijkheid die hoort bij buiten klimmen. Laat staan de bijbehorende risico’s.

    Last but not least: de drukte. Weet je dat het merendeel van de sectoren in de klimgebieden in de buurt (B, Ett) en elders ook juist te weinig beklommen wordt? Groeit dicht, verstoft, etc. Tuurlijk zijn er mode-gebieden. Margalef, Siurana, Kalymnos, Chorro, Bleau, Arco-met-pasen, Oltre-Finale-met-kerst en delen van de Franken om een paar te noemen. Die paar maken nog geen wereldwijd probleem. Vroeger had je Buoux, Mouries, Verdon. Place to be voor elke dude in lycra. Nu allemaal uitgestorven, op een paar drukkere weekenden na. Het komt, het gaat.

    Dat was plenty wijzend vingertje en opa-praat. Signing out.