Siked!

Routebouwen is onmisbaar voor de klimsport, maar voor velen is het ook een vak dat omgeven is met mysterie. Er zijn nog niet veel harde waarheden als het op routebouwen aankomt. Een boek over het betere schroefwerk kan dus zeker een leegte opvullen. Met My Keys to Route Setting heeft routebouwlegende en über-Bleausard Jacky Godoffe hier een poging toe gedaan.

Het boek

Ik kom net terug van de wedstrijd Boulder 3 in Nijmegen als ik op de deurmat een wit pakketje vind met afzender: Jacques Godoffe. Het bevat een boekwerk van ongeveer 250 pagina’s in a5 formaat, liggend en in zwart-wit gedrukt. Het boek maakt me meteen enthousiast. Godoffe blijft immers een icoon en als hij me niet de grote geheimen van het routebouwen kan laten zien, wie dan wel?




De inhoudsopgave is indrukwekkend te noemen met meer dan 100 verschillende kopjes en onderwerpen. Denk bijvoorbeeld aan Godoffe’s ABC van het routebouwen en zijn 50 Keys to Route Setting. Verder vind je er een geschiedenisles in de vorm van anekdotes over het wedstrijdbouwen van 1980 tot nu. Ook word je als lezer getrakteerd op een tiental gastbijdragen van Godoffe’s vrienden en collega’s, zo belooft het lezen van dit boek een mooie rit te worden.

Godoffe is bescheiden en zo ook de beloftes die hij doet met dit boek: het boek zal volgens hem geen handleiding voor het betere bouwen zijn, maar slechts een aantal ingrediënten bevatten waar de (ervaren) routebouwer zich door kan laten inspireren.

De lessen

My Keys to Route Setting maakt deze bescheiden beloftes zeker waar. Het boek bevat veel inspirerende anekdotes en inzichten die Godoffe met humor en zelfspot opschrijft. Hoewel het boek van tijd tot tijd een beetje zweverig of rommelig is (“do you ever feel like a Jeep in the desert?”), zijn er ook zeker praktische tips voor de actieve routebouwer te vinden in het boek.

Zo legt de internationale topbouwer uit waarom sneller bouwen vaak beter bouwen betekent en hoe je dyno’s bouwt die lange mensen níét kunnen overslaan (opzij springen!). Ook het bouwen van boulders in de Amerikaanse stijl en welke manieren er zijn om met het bouwen van een boulder te beginnen (meestal niet met de begingreep) komen voorbij.




Het boek bevat tevens een aantal lessen die Nederlandse bouwers best vaker mogen toepassen. Zo stelt Godoffe dat je als bouwer net zoveel voor het publiek bouwt als voor de klimmer. Daarnaast moet elke boulder uniek zijn, iets nieuws bieden. Links-rechts-links-rechts grepenladders zijn in ieder geval een doodzonde.

De filosofie

Behalve praktische handigheidjes straalt het boek vooral een filosofie over routebouwen uit. Bij Godoffe ligt de nadruk op het grote plaatje. Een boulder staat niet op zichzelf, maar maakt altijd deel uit van een groter geheel, zoals een wedstrijdronde, een circuit of een heel evenement. Ook de bouwer staat niet op zichzelf, maar moet rekening houden met zijn medebouwers en alle andere deelnemers aan de organisatie van een wedstrijd of boulderhal. Teamwork is dan ook een steeds terugkerend thema in het boek, met als boodschap dat de bouwer zich moet beseffen dat niet hij centraal staat, maar de klus.

Als bouwer is Godoffe pragmatisch en grensverleggend; routebouwers zijn geen kunstenaars, maar vakmensen. Hij is tegen waarderingen, verkiest de functie van de grepen boven hun esthetische waarde en omarmt zoveel mogelijk alle nieuwe ontwikkelingen die het routebouwen ondergaat. Gewoontes of regels mogen daarbij best gebroken worden, zolang de ondergrens van veiligheid maar gerespecteerd wordt.

Conclusie

Door het boek heen spreekt een visionair, iemand die niet bang is om een voortrekkersrol op zich te nemen. Dat maakt echter wel dat het boek wellicht niet toegankelijk is voor een heel breed publiek. Slechts de meer ervaren routebouwer zal van elke pagina kunnen genieten, voor anderen is het vooral een lekker bladerboek.

Een punt van kritiek is het taalgebruik in het boek. Het Engels is niet altijd even begrijpelijk, mede omdat er naar ik vermoed Franse gezegdes letterlijk vertaald worden, en het boek bevat ook te veel grammatica- en spelfouten. In combinatie met de soms rommelige vertelstijl van Godoffe kan dit sommige delen verwarrend maken.

Los van dat minpuntje zou ik dit boek niet gemist willen hebben. Voor mij persoonlijk betekent het boek vooral dat je als bouwer nooit mag vervallen in luiheid, altijd op zoek moet naar nieuwe uitdagingen voor je klimmers. Het enthousiasme dat het voor het eerst vasthouden van de Keys mij gaf is met het lezen van het boek niet afgezwakt. Iedereen die structureel bij een hal bouwt zou dit boek dan ook zeker moeten lezen en gebruiken!

Over de auteur Bekijk alle berichten

Michiel Hennevelt

Columnist en routebouwer Hennevelt is baas in grepen, wanden en schroeven en kan ook nog eens een aardig potje boulderen! Zijn uitgesproken analyses weten bovendien altijd een gevoelige snaar te raken.