Siked!

Wat moet er nog gebeuren in de professionalisering van het routebouwen? Deze vraag staat in Michiel Hennevelts nieuwste column centraal. Boulderhallen schieten als paddestoelen uit de grond en de sport zit in een flinke lift. Het beroep van routebouwer staat echter nog in haar kinderschoenen en er is genoeg ruimte voor verbetering, aldus onze huiscolumnist.


Daar sta ik verdomme weer, handschoenen natuurlijk vergeten aan te trekken en de accu van de boor in mijn rechterhand is bijna leeg. Met mijn linkerhand duw ik een gigantisch houten gevaarte dat alsmaar zwaarder lijkt te worden tegen de wand. Om de verzuring tegen te gaan doet mijn hoofd ook nog mee in de strijd tegen het steeds verder omlaag schuivende volume. Kom op! Nog maar één schroefje en ik kan dit apparaat loslaten. De ladder staat te wiebelen, als de accu het niet redt heb ik een probleem, en er is even niemand anders in de hal. Op een magische wijze krijg ik in deze houding nog een schroef uit mijn mond op het bitje van de boor. De schroef doorboort langzaam de eerste laagjes van de houten plaat, de boor slaakt zijn laatste adem, maar de volume zit vast! Thank god! Koffie!

Voor de meeste bezoekers van Siked zal dit verhaal van een onhandige routebouwer niet erg herkenbaar zijn. Voor het groeiende aantal routebouwers in Nederland illustreert het echter een situatie die ze ongetwijfeld kennen en die hopelijk ook steeds goed afgelopen is.

Door de sterke groei van boulderhallen, die allemaal wekelijks een groot aantal boulders willen vernieuwen, is het aantal mensen dat stelselmatig bouwt de laatste vijf jaar flink toegenomen. Het is de vraag of het routebouwen als beroep met dezelfde snelheid ontwikkeld is. Wat moet er nog gebeuren in de professionalisering van het routebouwen?

routebouwen

Routebouwen is een zware en bovengemiddeld gevaarlijke activiteit. Een artikel in Climbing Business Journal signaleert dat bouwers niet alleen te maken hebben met bijvoorbeeld het gevaar om te vallen of om iets op hun hoofd te krijgen (de gevaren van elk beroep waarbij je met zwaar materiaal werkt), maar ook moeten oppassen voor overbelasting en klimspecifieke blessures. Routebouwers zorgen normaal voor hun eigen hachje, maar nemen daarbij soms grote veiligheids- en gezondheidsrisico’s. Nu het bouwen een serieus wordt, komt er een grotere verantwoordelijkheid bij de hallen te liggen, aldus het artikel. In Amerika betekent dit strenge veiligheidsvoorschriften voor bouwers of bijvoorbeeld dat hallen masseurs of yoga-instructeurs voor hun werknemers inhuren.

Het aantal fulltime bouwers in Nederland mag dan op één hand te tellen zijn, de boodschap is net zo relevant. Ook hier vertrouwen hallen in de eerste plaats nog op het zelf regelen van de veiligheid door hun bouwers. Gezond verstand is daarbij het uitgangspunt, misschien wat controle tussen collega’s onderling, maar veel verder gaat het niet. Dit is misschien genoeg om de grootste gevaren te beperken, waterdicht is het zeker niet. Bouwers zijn zelf echter ook verantwoordelijk om wat meer structureel over veiligheid na te denken, zeker als het gaat om de meer klimgerelateerde gevaren.

Bouwdag = trainingsdag

Ik zie een stevige bouwdag altijd als trainingsdag. Om overbelasting te voorkomen betekent meer bouwen dus minder trainen. Ook het testen van een boulder op sneakers, zonder pof en zonder op te warmen is vragen om blessures, maar iedereen maakt zich er wel eens schuldig aan.

Het probleem is dat bouwers helemaal niet zitten te wachten op allerlei maatregelen. Toen ik wekelijks begon te bouwen was het de bedoeling om houten planken onder je ladder te leggen voor meer stabiliteit. Super onhandig, dus niemand hield zich eraan en de planken zijn ondertussen al lang verdwenen. Als routebouwers echt professionals willen worden past een dergelijke onverschillige houding daar niet meer bij. Zowel de bouwer als de hal moet dan erkennen dat er een grote verantwoordelijkheid voor veiligheid bij de hal ligt en daar horen strenge maatregelen bij.

Veilig bouwen is zeker een thema waar zowel klim- als boulderhallen dus nog stappen in kunnen maken. Ook wat betreft aansprakelijkheid is hier een heel verhaal over op te hangen, waaruit de conclusie volgt dat de werkgever een vergaande zorgplicht heeft om veiligheidsvoorschriften, veiligheidsmaatregelen en toezicht te verzorgen. Een tweede thema waarin revolutionaire stappen gezet kunnen worden is het vrijwillige bouwen of het bouwen voor een abonnement. Hier ligt de bal helemaal bij de routebouwers zelf en de boodschap is simpel: doe het niet! Ja, routebouwen is ontzettend leuk en kan zelfs bijdragen aan je klimniveau. Daarnaast is alleen al de ervaring die je met vrijwillig bouwen in een team vol doorgewinterde bouwers opdoet heel waardevol, zeker gezien de tijd en moeite die nodig is om het vak onder de knie te krijgen.

Toch zijn er betere argumenten om ook als beginnende bouwer een passende vergoeding voor je werk te bedingen. Ten eerste blijft het bouwen een aanslag op je lichaam, met of zonder allerlei veiligheidsmaatregelen, daar hoort compensatie bij. Ook verzorg je als bouwer het belangrijkste product dat een klimhal te bieden heeft.

Het belangrijkste argument is echter dit: het systeem van vrijwillig bouwen kan alleen doorbroken worden door de mensen die nog vrijwillig bouwen. Ook de beginnende bouwer zal ooit op een niveau kunnen komen dat hij zich als professional aan hallen aanbiedt. De vanzelfsprekendheid om daar goed voor betaald te worden kan alleen bereikt worden als bouwers van alle niveaus aan hun werk- of opdrachtgever duidelijk maken dat dat de standaard moet zijn. De oproep aan iedereen die het routebouwen, en zichzelf, een beetje serieus neemt mag dan ook duidelijk zijn.

Food for thought

Hallen, bouwers en wellicht de NKBV moeten samenwerken om het prachtige beroep van routebouwer volledig tot zijn recht te laten komen. Naast veiligheid en vergoeding zijn er nog genoeg andere thema’s om over na te denken. Hoe kunnen hallen zorgen voor een stabiel team van fanatieke bouwers als routebouwen vooral een baan van één dag in de week blijft? Moet er een (nationale) minimum kwaliteitsstandaard met bijbehorende opleiding voor routebouwen komen? Wil je je als bouwer liever aan één hal binden of waag je de sprong naar zzp’er? Gaan hallen daadwerkelijke wat doen om de veiligheid en gezondheid beter te waarborgen of moet daarvoor eerst een ernstig ongeluk gebeuren? Als het aantal hallen de komende vijf jaar net zo hard blijft groeien als de voorgaande vijf jaar worden dit ongetwijfeld steeds belangrijkere vragen.

Over de auteur Bekijk alle berichten

Michiel Hennevelt

Columnist en routebouwer Hennevelt is baas in grepen, wanden en schroeven en kan ook nog eens een aardig potje boulderen! Zijn uitgesproken analyses weten bovendien altijd een gevoelige snaar te raken.