Siked!
Onze man bij de NKBV is terug met een nieuw onderwerp: spotten! Is dat eigenlijk wel zo nuttig en wat zijn belangrijke zaken om rekening mee te houden? Harald Swen vertelt je er alles over.

Boulderen is hot. Het is gemakkelijk te leren, je hebt niet veel materiaal nodig en het is ook nog eens sociaal. Geen gedoe met touwen, hoogtevrees of verzuurde armen. Wat kan er nog mis gaan? In bouldervideo’s zie je immers mensen highballs klimmen en van hoog vallen! Bij hen gaat dat goed, maar hoe goed kun jij vallen?

Meer letsel bij boulderen dan bij klimmen

Boulderen is ondanks het onschuldige karakter bepaald niet vrij van risico’s. Het is zelfs blessuregevoeliger dan sportklimmen. Afgezien van overbelastingsblessures als letsel aan pulleys en spierscheuringen komen er namelijk relatief vaak blessures voor aan enkels, benen, polsen, elleboog en ruggegraat. Deze zijn vaak het gevolg van onvoldoende oefening in het opvangen van (onverwachte) vallen op de grond of op de mat. Bij het boulderen kom je namelijk al snel met je voeten op twee à drie meter hoogte. Kun je vanaf die hoogte een val zelfstandig en gecontroleerd opvangen? Of vertrouw je volledig op een spotter?

Dat laatste is niet aan te raden. Spotten is namelijk niet meer dan een hulpmiddel om in bepaalde gevallen de boulderaar te helpen bij het beheerst opvangen van een val. Het grootste deel van het opvangen van de val moet de boulderaar zelf doen. Besteed daarom naast het omhoog klimmen ook ruim aandacht aan het afklimmen en het vallen.

Een goede stelregel is dat wie begint met boulderen niet hoger moet klimmen dan hij durft en kan afspringen. En dat het liefst uit alle posities; of het nu platen, overhangen, daken of dyno’s zijn. Want alleen met een goed gevoel voor waar je lichaam zich bevindt ten opzichte van de ondergrond en eventuele obstakels en met flink wat oefening zal het je lukken lastige vallen op te vangen. Een spotter kan daarbij helpen, maar is maar beperkt in staat je val tot een goed einde te brengen. Zijn primaire taak is om jou naar een veilige spot te sturen, en niet om je op te vangen. Spotten wanneer het niet nodig is of slecht spotten zorgen voor schijnveiligheid.

magic-wood-spotten

Goed kunnen vallen maakt dat je meer van het boulderen kan genieten. Het is namelijk zonde om totaal verkrampt aan een uitklim op slopers in Bleau te hangen, bang voor de eventuele val. Val je er dan alsnog uit, dan helpt een spotter waarschijnlijk ook nog maar weinig. Het toverwoord is oefening.

Niet om mee te spotten 

Spotten is uiteraard nuttig, maar alleen als er effectief gespot wordt. Er wordt helaas veel gespot zonder dat dit bij een eventuele val effect zou hebben. Spotters staan er dan bij omdat het ‘moet’, zonder dat hun bijdrage zinvol is. Voorbeelden:

  • Te ver achter de boulderaar
  • Geen idee waar de boulderaar naar toe gedirigeerd zou moeten worden
  • In een positie staan die zelf ook tot een val zal leiden.
  • Geen afstemming met de boulderaar of hij niet beter zelfstandig kan vallen.

Spot daarom alleen als het echt nodig is, dus als er een reëel risico is om ongecontroleerd of gevaarlijk terecht te komen. Wanneer is dat het geval?

  • In boulders waar je horizontaal hangt en het risico loopt op je hoofd of rug te landen. Vaak is dat bijvoorbeeld het geval bij het leggen van een toehook, heelhook of voetverklemming.
  • Wanneer er risico is op de rand van een mat of een oneffenheid terecht te komen.
  • Bij boulders waar je tegen een boom, een tak of andere rots kan vallen, of waar de landingszone erg helt.

Een spot is ook nuttig bij het uitwerken van lastige passen. Bij zo’n ‘powerspot’ pak je de boulderaar goed vast en geef je hem of haar ondersteuning.

Foto: Frank Blackstone

Op de foto zie je een boulder waar goed spotten echt nut heeft. De bodem loopt af, er zijn flink wat boomwortels en de grepen voor de handen zijn matig in vergelijking met de heelhook op links. De val van een halve meter hoger eindigde echter hard met de onderrug op de boomwortels. De spotters, twee Britten, hadden bij het lopen de matten met de voeten verschoven. Ondanks de belofte goed te spotten ging de boulderaar tussen de armen door precies in het gat tussen de matten. “Exactly the same happened to me…” was het laconieke commentaar van één van beide.

Oefenen, oefenen, oefenen

Enkels, hielen en polsen zijn vaak slachtoffer van een val. Het is makkelijk om dan de mat, de wortel, steen of ander obstakel de schuld te geven. Maar had je je valtraject niet van te voren beter moeten inschatten? En ben je echt zo geoefend in het opvangen van verre vallen? Spring je iedere bouldersessie in de hal vanaf een behoorlijke hoogte om te weten hoe je je val op moet vangen? Heb je het opvangen van missers bij flinke dyno’s geoefend? Of klim je altijd af omdat je bang bent?

Vallen en landen kun je prima oefenen in de hal. Besteed een sessie aan het van steeds grotere hoogte afspringen en het dynamisch opvangen door in te veren of door te rollen. Ga werken aan zijdelingse of achterwaartse (overhangende) dyno’s. Op een gegeven moment ben je zo ver dat je in elke klimpositie je valtraject onbewust al weet en je lichaam zich gedurende de val vanzelf ‘richt’. Want voor bewust nadenken en handelen heb je geen tijd. Pas als je zover bent is je lichaam in staat op onverwachte vallen te anticiperen.

Wie vervolgens goed kan vallen hoeft in een boulderhal waar prima matten liggen niet meer gespot te worden, tenzij er een bijzondere situatie is. Denk bijvoorbeeld aan een powerspot, verklemmingen of horizontale posities hoog boven de mat. Het is daarnaast aan te raden elke bouldersessie even met vallen te oefenen. Deels als warming up waarbij je steeds van iets hoger valt, deels om je lichaam voor te bereiden door de reflexen weer even op scherp te zetten.

nihil-fontainebleau-spotten

Hele korte vallen, bijvoorbeeld het wegzippen van een tree vlak boven de grond, zijn geniepig. Er is dan te weinig tijd om adequaat te reageren. Zelf de meest ervaren boulderaar kan in dit soort gevallen verkeerd landen en een blessure oplopen. Een goede oplossing hiervoor is er helaas niet echt.

Lees meer over spotten in de volgende artikelen:

Over de auteur Bekijk alle berichten Auteur website

Bram Berkien

Mede-oprichter van Siked! Verzorgt fotografie en een artikel hier en daar. Daarnaast ook zelfstandig werkzaam als active lifestyle fotograaf. Na een begin als boulderaar kan hij nu ook de lokroep van het sportklimmen niet weerstaan.