Siked!

The Nose: twee boulders van zeven meter

Jorg Verhoeven nam ontspannen een slok water uit zijn waterfles. Hij kwam zojuist uit Amsterdam waar hij de finaleroutes van het NK Lead had gebouwd. De geleende vouwfiets lag tegen een tafeltje in het bargedeelte van Monk Eindhoven. Later die avond zou hij nog een lezing geven over zijn trip naar de VS . Hij was ook moe, bekende hij, van het reizen en het bouwen. En met het NK Lead en de opening van Boulderhal Kei (van broer Sven) had hij nog een druk weekend voor de boeg. Gelukkig vond hij de tijd om met Siked! te praten over, tja… The Nose natuurlijk!

Yosemite

Adembenemend uitzicht over de Yosemite-vallei

Je hebt de headlines aardig weten te halen de laatste tijd…

Ja, dat verbaasde me zelf ook een beetje. Ik wist natuurlijk waar ik aan begon, maar vooral de reacties uit Camp 4 (klimmerscamping in het dal van Yosemite, red.) waren erg grappig. Eerst was ik een totale onbekende, een of andere vage gast die elke ochtend pannenkoeken bakte. En dan ben je ineens de vage gast die de Nose vrij heeft geklommen!




Na mijn beklimming plaatste ik een berichtje op Facebook. Toen ik zag dat in twee dagen tijd 100.000 (!) mensen het bericht hadden gelezen, schrok ik wel even en heb toen toch nog een keer de spelling gecheckt. Voor de rest heb ik het met rust gelaten en heb ik bewust niet meteen de media opgezocht. Alle energie was ook weg na de beklimming. Niet eens vanwege de vermoeidheid. Het klimmen was namelijk best ontspannen. Het zijn gewoon korte secties van moeilijke boulders waar je niet heel moe van wordt. Maar mentaal was ik helemaal leeg.

De eerste drie dagen na de klim heb ik in het dal gezeten en nog nooit eerder zoveel gegeten. Meestal val je af na zo’n trip, want het is hard werken: lopen met materiaal, touwtechnieken toepassen, abseilen, haulbags ophijsen en klimmen natuurlijk. Normaal verlies ik dan ook vijf kilo, nu was ik echter vijf kilo aangekomen! De twee weken daarna heb ik alleen maar ontspannen. Ik reed naar Bishop, heb daar één boulder geklommen en ben in een hotspring gaan zitten.

Jorg Verhoeven

Op Facebook schreef je dat je moeite had met het vinden van een zekeraar…

Iemand vinden om te zekeren was inderdaad lastig. Iedereen had wel zoiets van: “ja dat zou ik opzich wel willen doen”, maar ik zocht iemand die het echt leuk zou vinden. Niet iemand die meegaat omdat het moet. Ik vond uiteindelijk iemand die al een paar weken in het dal zat en stond te springen om de wand in te gaan. Hij vond het gewoon fantastisch om op El Capitan te zijn!

Toch is het zekeren natuurlijk een erg dienstbare taak. Ik zei hem nog dat hij zijn klimschoenen mee moest nemen, om wat te topropen. Ik wilde immers zelf alles voorklimmen. Maar uiteindelijk heeft hij helemaal niks geklommen en dat vond hij prima!

Ik had twee portaledges mee en had alles (van eten tot water) tot in de puntjes verzorgd. Hij zei dat hij nog nooit zo luxe in de wand had gelegen. Voor hem was het een compleet verzorgde reis. Ik was altijd mega zenuwachtig, terwijl hij gewoon een beetje op de standplaats zat te chillen en een prima tijd had. Het was echt fijn om zo’n relaxte klimpartner te hebben!

Jorg Verhoeven in The Nose

Jorg met Oostenrijkse klimmaat. Hij zou uiteindelijk met een andere partner the Nose klimmen.

Je besloot om één van de meest iconische routes ter wereld te klimmen. Was dat mentaal niet een ontzettend zwaar doel?

Ik had het als meerjarenproject genomen en had er echt vertrouwen in dat het een keer zou lukken. Ik merkte dat die gedachte veel Amerikanen verraste. Die vroegen vaak of het me ging lukken en ik antwoordde dan dat ik mijn kansen best hoog inschatte. Dat vonden ze moeilijk te begrijpen en misschien ook wel arrogant. Maar ik dacht: ik heb er keihard voor gewerkt en weet dat ik de twee moeilijke touwlengtes kan klimmen. Als alles gewoon goed gaat, zijn mijn kansen groot genoeg. Er kan natuurlijk altijd iets mis gaan, maar dan zou ik volgend jaar gewoon terugkomen.

Wanneer wist je eigenlijk dat The Nose ging lukken?

Changing Corners is één van de twee cruxpassages en is eigenlijk de lengte die iedereen afschrikt. Veel sterke klimmers hebben het ooit een uur geprobeerd en dachten toen: “no way, gaat niet lukken.”

Deze cruxlengte begint met een raar stuk rechte wand, dan volgt een hoek en meteen daarna weer een hoek de andere kant op. In de pin scars (gaten die door het slaan van mephaken zijn ontstaan) kun je je vingertoppen net kwijt. Het graniet van Yosemite is spiegelglad en dat verbaast iedereen die er voor het eerst klimt. Als Changing Corners van zandsteen zou zijn, zou het hoogstens 7c zijn, maar omdat het zo glad is, kun je bijna niks. Er zitten bijna geen treetjes in. Je moet eerst in de hoek komen en er dan zien te blijven. Vergelijk het met een 8A boulder als “Duel” op 900 meter.




Elke ochtend werkte ik de passen uit, want de zon schijnt vrij vroeg op de wand en dan is de passage door de warmte niet meer te klimmen. Ik moest er daarom telkens bij het eerste daglicht zijn. Om 9 á 10 uur kwam de zon op de wand en moest ik weer stoppen. Het is slechts 7 meter, dus je probeert de passen twee of drie keer en dan denk je al snel: “nah, ik heb eigenlijk geen zin meer.” Door de kou en exposure is pauzeren tijdens het uitwerken ook onmogelijk. Na een half uur had ik soms zoiets van: “jongen, ik kom morgen wel terug!”

bram-berkien-2

Na vier ochtenden wist ik dat ik er klaar voor was. Ik sprak toen Tommy (Caldwell, red.), maar die zei “Jongen, ik heb er echt tien dagen in gewerkt, probeer het gewoon nog een paar keer!” Lynn (Hill, red.) zei ook: je gaat echt wekenlang in de hoek hangen en er niks van begrijpen. Ik had beide klimmers van tevoren gesproken en zij hadden me de tip gegeven om van bovenaf de moeilijkste passen uit te werken. Mijn oorspronkelijke idee was om van onderaf uit te werken, maar Tommy en Lynn waarschuwden me dat dit teveel tijd in beslag zou nemen. Ze hadden me ook aangeraden om bovenop El Capitan te kamperen, waar ik uiteindelijk heel wat nachten heb doorgebracht.

Toen het moment van de waarheid was aangebroken, heb ik de eerste 21 touwlengtes in één dag geklommen zodat ik de volgende dag zo fris mogelijk aan The Great Roof kon beginnen, die in de eerste poging lukte! En op de derde dag pakte ik Changing Corners. Die sleutellengte lukte bijna in één keer, maar ik viel helaas uit een van de laatste passen. Uiteindelijk klom ik in de derde poging naar de standplaats en vanuit daar naar de top van El Cap.

Kamperen op El Capitan

Kamperen op El Capitan

Ik had echt een goed plan en was goed voorbereid. Ik zat daarom vol met energie, overtuigd dat het me ging lukken. Je hebt ook een beetje vertrouwen nodig. Het maakt niet uit of het dan werkelijk lukt. Eindeloze motivatie is ontzettend belangrijk bij een project als The Nose. Ik heb daar drie weken rondgelopen om water en materiaal te halen en in de wand te verstoppen. Het is  alleen maar werken, werken en werken. De gehele Nose heb ik twee keer in mijn eentje geabseild; een keer zelfs met 40 kilo aan materiaal! Dat is echt geen pretje. Het is dan een enorme uitdaging om je doel niet uit het oog te verliezen en je motivatie en energie hoog te houden.

Voordat je naar Yosemite vertrok, was je in Colorado om te boulderen. Was dit de juiste voorbereiding voor een Big Wall?

De bouldertrip naar Colorado was eigenlijk alleen maar goed. Toen ik nog thuis was heb ik even nagedacht hoe ik me het beste op The Nose kon voorbereiden. Ik had niet zoveel tijd meer en ging sowieso een maand boulderen in Colorado met Katha (Jorgs vriendin: Katharina Sauerwein, red.). Als ik op dat moment nog iets voor El Cap zou trainen, zou het na een maand boulderen toch weer weg zijn. Uiteindelijk was boulderen misschien wel de beste voorbereiding.

In Colorado hebben we heel veel gelopen, omdat het bouldergebied daar vrij hoog ligt. Ik beschikte dus over een prima conditie. En ik had de explosieve boulderpower die je voor de sleutelpassages nodig hebt.

Je hebt de techniek en het gevoel nodig om op het gladde graniet van Yosemite te kunnen klimmen, maar dat krijg je na een paar dagen vanzelf. Daarna zijn het gewoon korte boulderpassages, soms zelfs one-movers, die de uitdaging zijn. Het zijn eigenlijk allemaal rare kleine boulderprobleempjes.

 

“Na Colorado ben ik zo’n vijf weken in Yosemite geweest. Je mag er eigenlijk maar 30 dagen verblijven. Na het verstrijken van mijn vergunning, heb ik me eerst in de wand verstopt en toen ik naar beneden kwam, heb ik me aangemeld als Wolfgang Güllich om te vermijden dat ik uit het park zou worden gezet.”

 

Je hebt The Nose vrijgeklommen, maar dat is iets anders dan een route redpoint klimmen, zoals we in Europa gewend zijn. Wat is het verschil?

Voor veel mensen is het verschil tussen deze stijlen onduidelijk. Ik kan het zelf ook niet helemaal uitleggen, maar het belangrijkste is dat men ziet dat er veel vrijheid is. Big Wall vrijklimmen en alpinisme heeft veel meer vrijheid dan sportklimmen of boulderen. Vergelijk het met een zitstart: Europeanen zeggen één crashpad, kont op degrond en dan pas weg, terwijl Amerikanen daar iets vrijer in zijn. Iedereen heeft er zijn eigen variatie op.

Het is vooral belangrijk dat je naar iedereen duidelijk bent over wat je precies hebt gedaan. Er zijn wel richtlijnen, maar ik vind dat er veel te snel geoordeeld wordt. Mensen die nog nooit een Big Wall hebben geklommen, zeggen dan: ja maar dat telt niet, want die is niet vrijgeklommen. Zonder dat ze weten wat die persoon precies heeft gedaan en wat Big Wall klimmen überhaupt inhoudt.

Ik hoorde dat er op internet een enorme discussie was ontstaan over wie The Nose vrij heeft geklommen. Hebben die mensen nou echt niets beters te doen? Ik vind het interessanter om te onderzoeken waarom het er zo weinig zijn.

Een vrije beklimming van The Nose wordt vaak geprobeerd, maar veel sterke klimmers laten zich afschrikken door de stijl van de route. Ze klagen ook vaak dat er te veel mensen in de wand zitten. Ik antwoord dan meestal dat je ook gewoon in november kunt gaan. Je gaat The Nose echt niet klimmen in september als alle aid-climbers erin hangen. Bovendien is het dan ook veel te warm.

Veel sterke klimmers vinden het ook te veel werk. The Prophet heeft nu vier sends in zo’n vijf jaar. Mensen zijn misschien een beetje bang voor The Nose, omdat het een naam heeft van raar, vreemd klimmen. De route bestaat uit veel moeilijke rare boulders en is pas bovenin moeilijk. The Nose komt sowieso neer op twee boulder-passages van zeven meter.

bram-berkien-4

Ik heb het mijn doel gemaakt om mensen te motiveren om The Nose te proberen, want het is zo’n coole route om vrij te klimmen. Het is echt  lijn op El Cap. Als je komt aanrijden en de bomen openen zich langzaam, zie je meteen The Nose liggen. Er is geen andere lijn die zoveel betekenis heeft: het is de eerste route op El Cap en zou alleen al om die reden meer aandacht van sterke klimmers moeten krijgen. Misschien dat we er volgend jaar heengaan om te zorgen dat er goed beeldmateriaal komt. Mensen houden normaal wel van een goede beta-video. En misschien denken sommige klimmers nu ook: als zo’n plattelands-/ wedstrijdklimmer het kan, kan ik het ook wel!

Ik denk dat elke boulderaar uiteindelijk The Nose kan klimmen. Het is gewoon het werk dat je erin steekt. Met een goede beta en gemotiveerde klimpartner kan de route bovendien nog veel sneller geklommen worden.

Je zei dat het belangrijk is om duidelijk te zijn over wat je precies gedaan hebt. Hoe heb jij The Nose vrijgeklommen?

Ik zal uitleggen wat ik heb gedaan en wat ook Tommy en Lynn me hebben aangeraden. Ten eerste is het belangrijk is dat je van onderaf begint. Een vrije beklimming begint onder en eindigt boven. Daartussen moet je elke touwlengte vrijgeklommen hebben, en je mag ondertussen niet weer naar boven of beneden. Je moet dus alles bij je hebben of al in de wand hebben geplaatst. Er worden wel uitzonderingen gemaakt: als je bijvoorbeeld twee touwlengtes onder de top geen water meer hebt, kun je gemakkelijk even naar boven klimmen om water te halen. Daar kun je natuurlijk over discussiëren – als je daar zin in hebt.

Ten tweede vind ik het belangrijk dat je ongeveer hetzelfde doet als je voorgangers. Zo kun je het jezelf veel gemakkelijker maken. Toch zijn je eigen principes doorslaggevend. Het is heel belangrijk om eerlijk te zijn: tegenover jezelf, maar ook tegenover de rest van de klimwereld.

Zo is er een klimmer (Scott Burk, red.) die 260 dagen in The Nose werkte en uiteindelijk alles vrijklom, behalve The Great Roof, die hij heeft getoproped. Vraag me niet waarom je zoiets toprope klimt, want doordat het dak horizontaal is, is het bijna net zo moeilijk als voorklimmen. Voor mij was dat dan ook echt een harde eis: je klimt elke lengte voor.

Tommy en Beth (Caldwell en Rodden, red.) klommen in 2005 natuurlijk samen, dus mensen zeggen dan dat Beth niet elke lengte heeft vrijgeklommen. Maar het is bijna onmogelijk om allebei elke lengte voor te klimmen. Dan moet de eerste omhoog en dan weer naar beneden, de tweede omhoog en dan komt de eerste weer omhoog, die dus een dubbele lengte klimt. Dan wordt er pas materiaal omhoog gehaald en dat 32 touwlengtes lang! Als je mijn mening vraagt, maakt het niet uit of iemand 6a-pitches toprope klimt. Ik had de mogelijkheid om alles voor te klimmen en daar was ik blij om. Maar mijn originele doel was om alle moeilijke lengtes vrij te klimmen en dat heeft Beth ook gedaan. Alles boven 7b ofzo heeft ze naar mijn weten gewoon voorgeklommen, dus ik zou er niet over twijfelen om haar de vrije beklimming toe te kennen. Maar goed, dat is dus ook weer iets waar je over kunt debatteren.

Jorg Verhoeven op The Nose

In The Nose zit een grote zwaai: ‘The King Swing’. Doe je die ook tijdens je vrije beklimming? En past zo’n artificiële traverse binnen de ethiek van het vrijklimmen?

De King Swing doe je niet en om eerlijk te zijn heb ik die ook nog nooit gedaan. Het is namelijk een artificiële lijn, wat voor mij best fijn was, want door die over te slaan kon ik anderen inhalen.

Zoals ik eerder al uitlegde, is de ethiek van het vrijklimmen een zeer grijs gebied en je moet oppassen dat je niet te snel oordeelt. Toen ik op Facebook schreef dat ik de vierde send pakte, deed ik dat naar aanleiding van wat Tommy mij gezegd had, namelijk dat hij, Lynn en Beth me voor waren gegaan. Toen wist ik nog helemaal niet van Scott Burk. En uiteindelijk maakt het me ook niet uit. Maar ik zou hebben gezegd dat hij het niet heeft gedaan en volgens mij heeft hij dat zelf ook toegegeven. Hij zei dat hij The Great Roof had willen voorklimmen.

bram-berkien-10

Dan is er nog de discussie: pre-placed of niet? Er is veel fixed gear in The Great Roof, en het is niet mogelijk om terug te komen, omdat de lengte 45 meter is en een heel stuk traverseert. Je krijgt je materiaal er dus niet zo gemakkelijk uit. Als je valt, probeer je gewoon terug te komen naar je standplaats, trek je je touw terug en dan hangt alle gear nog in de wand. Als je echt als principe hebt dat je alle gear zelf plaatst, ben je heel lang bezig! Want dan mag je ook alle fixed gear die al in de wand zit niet gebruiken. Daar zit wat mij betreft wat vrijheid bij het Big Wall klimmen.

Changing Corners is ook nog een raar verhaal. Je vertrekt van Camp 6, vervolgens klim je een grote spleet zo’n 15 meter omhoog, dan zit er een kleine inham en daar kun je gewoon gaan zitten zonder handen. Daar is in de topo ook een standplaats getekend, omdat de pitch anders erg lang is en je touw te kort kan zijn. Direct van daar begint Changing Corners. Door deze rust en twee goede haken ga je niet terug naar camp 6 als je valt, maar naar de no-hands rest. Dan kun je Changing Corners opnieuw klimmen. Zo heb ik het ook gedaan.

De eerste keer klom ik vanaf camp 6, toen viel ik er bij de laatste tree uit en ben ik in de inham gaan zitten om het vervolgens opnieuw te proberen. Je klimt van de no-hands rest vijf meter omhoog en dan zit er een haak. Die clip je en daarna klim je de spleet weer naar beneden en traverseer je naar rechts. Dan ben je in feite vier meter aan het topropen – wat best fijn is – maar je hebt natuurlijk wel gewoon zelf het setje geclipt. Dan klim je tot de volgende haak, en ben je op dezelfde hoogte als de eerste haak. Hierna komt de crux, waarbij je de hoek ingaat en klim je de spleet uit.

Dat laatste is best tricky trouwens. Omdat je geen extra friend mee wilt nemen, zijn de laatste meters fingercrack erg spannend. Tommy zei ook dat hij daar echt heel bang was. Ik was er daarom ook een beetje huiverig voor. De rots is heel glibberig en het is een heel eind naar beneden. Als je boven komt ben je zo blij dat je het gehaald hebt!

Genoeg voer voor discussie kortom. Maar het heeft mij tijdens de beklimming niet echt beziggehouden. Ik denk veel na over ethiek. Sinds ik meer richting alpinisme ben gegaan, heb ik altijd nagedacht over de stijl waarin ik routes wil klimmen en openen en wat ik ermee wil bereiken. Ik heb ook zeker een mening over bepaalde stijlen die voor mij niet oke zijn. Bijvoorbeeld het plaatsen van haken in hoog alpien terrein omdat mensen bang zijn. Maar het blijft moeilijk om te oordelen.

Zie je jezelf als een ambassadeur van The Nose?

Ik vind het gewoon zonde dat elk jaar 500 tot 600 aidklimmers omhoog proberen te komen (de helft draait om), terwijl de route zeer zelden wordt vrijgeklommen. Iedereen probeert op El Cap zijn eigen lijn te vinden of een variant te maken, maar ze vergeten dat The Nose echt heel vet is. Ik probeer deze klassieker een beetje back in the picture te krijgen. De route verdient het gewoon. Mensen gaan er zo blij van worden als ze er werk in steken en hem uiteindelijk klimmen.

Gear, gear en nog meer gear!

Dit was ervoor nodig om The Nose vrij te klimmen

En dit...

En dit…

De grootste verwondering op Amerikaanse fora was dat je The Nose met La Sportiva Solutions (agressieve klimschoen, red.) klom!

Als ik de gehele route op Solutions had geklommen, zou ik nu geen voeten meer overhebben. Beide cruxlengtes draaien om subtiele treetjes, die verschrikkelijk klein en glad zijn. Ik heb Changing Corners één keer op een grotere schoen geprobeerd, omdat mijn voeten pijn deden. Daar kon ik echt helemaal niks mee. Gelukkig kon ik bij La Sportiva Amerika terecht voor een nieuw paar schoenen. Voor Changing Corners droeg ik uiteindelijk rechts een Katana Lace, die echt heel klein en gloednieuw was: nuttig, want er zaten hele kleine treetjes ter grootte van een scheermes, waar een hele harde stijve zool noodzakelijk is. Links droeg ik een kleine oudere Solution, die ik ook tijdens wedstrijden droeg. Die was lekker ingeklommen, dus daar kon ik fijn mee op de wand smeren. Die combinatie werkte prima.

Ik denk overigens niet dat mensen Changing Corners zo moeilijk vinden omdat ze misschien de verkeerde schoenen gebruiken. Het probleem is meer dat je in het begin totaal niet weet wat je moet doen. Ik heb vijf minuten voor de wand gehangen om alle treetjes te zoeken. In The Great Roof markeerde ik elke tree met een pofduim  (tot groot vermaak van iedereen die zekerde of het ook probeerde.) Als je dan klimt, lijkt het net of het een goede tree is. Het werkt soms best goed om jezelf in de maling nemen!

Ga je jezelf de komende tijd vooral richten op boulderen of big wall-projecten?

Ik weet het niet. Nu richt ik me vooral op boulderen, zoals ik ook in de VS heb gedaan. In Amerika boulderen is ontzettend bijzonder. Er zijn natuurlijk ook sportklimgebieden (Red River Gorge bijvoorbeeld), maar de bouldergebieden zijn het ultieme doel voor Europeanen om naar Amerika te gaan. En je hebt natuurlijk Yosemite en Moab, waarvan in Europa niets vergelijkbaars te vinden is.

Ik ben blij dat ik kan profiteren van alles wat een gebied te bieden heeft. Yosemite heeft prima boulders, ik heb er zelfs een paar gedaan. Maar El Cap is El Cap, die vind je nergens anders. En het staat net naast de weg. Ik begrijp niet dat klimmers naar Yosemite gaan en El Cap niet eens proberen. De wand is zo ontzettend bereikbaar, dat je de kans niet mag laten liggen.

Toch zal onze volgende trip vooral om boulderen draaien. Katha is niet zo’n big wall-klimmer; ze is er zelfs een beetje bang voor. Voor haar staat er te veel wind, ze wil niet in de wand slapen en heeft geen zin in al het werken dat erbij hoort.

Boulderen in Yosemite

Boulderen in Yosemite

Als laatste vraag: wat zou je nog willen doen als je naar Yosemite teruggaat? Je hebt de meest iconische route immers al geklommen…

Er zijn 150 routes op El Cap, waarvan er 15 vrijgeklommen kunnen worden. Dat zijn niet eens allemaal echte unieke routes. Het is voor mij de ultieme droom om een eigen vrije route op El Cap te openen, nu er nog ruimte voor is. Over tien jaar zal dat niet meer mogelijk zijn. Er zijn maar weinig plekken waar een doorlopende lijn te vinden is die helemaal vrijgeklommen kan worden en op veel plaatsen is de wand compleet vlak en onbeklimbaar. Het lijkt me fantastisch om mijn eigen route te openen. Stiekem is dat altijd al een groter doel geweest dan het vrij klimmen van The Nose.

Op de top van El Cap!

Op de top van El Cap met de iconische Half Dome op de achtergrond

Interview door: Bram Berkien & Paul Kaufman
Foto’s door: Jorg Verhoeven of aangeleverd door Jorg Verhoeven.

Over de auteur Bekijk alle berichten Auteur website

Paul Kaufman

Hoofdredacteur en mede-oprichter van Siked! Deze taaltechneut eet gewoonlijk keien als ontbijt, maar gooit eigenlijk net zo lief een touwtje uit. Naast klimmen en boulderen doet Paul vooral aan klimmen en boulderen.