Siked!

Vera Zijlstra

Terwijl het zuiden van het land met een kater uit bed kruipt, ontmoeten wij topklimster Vera Zijlstra in Monk Eindhoven. Haar carnaval bestaat uit keihard trainen voor het aankomende wereldbekerseizoen. Ze heeft er al een trainingssessie opzitten wanneer we besluiten om van een voortreffelijk winterzonnetje te genieten. Op het terras van Monk Eindhoven vertelt ze uitvoerig over de World Cups, de Nederlandse competitie en waarom je door spanning niet kunt mikken.

Vera-Zijlstra-2 

Wat zijn je verwachtingen voor het aankomende wereldbekerseizoen?

Ik word altijd een beetje zenuwachtig van de term ‘verwachtingen’. Als je meedoet aan een World Cup wil je in de finale komen. Meedoen is leuk, maar je traint er harstikke hard voor en daarom ga je altijd voor de winst.

Mentaal ben ik in ieder geval een stuk sterker dan ik was. Ook ben ik een meer allround klimmer geworden.

 

Heb je zwakke plekken waar je specifiek op hebt getraind?

Op dit niveau kun je niet meer echt van zwakke plekken spreken. Ik heb wel getraind op dingen waar mijn concurrenten juist heel sterk in zijn. Ik heb bijvoorbeeld veel kleine randjes geoefend, waar Mina Markovic (SLO) heel goed in is. Zelf heb ik een meer dynamische klimstijl en ik ben goed in deadpoints: het betere ‘gooi en mik werk’ dus. Het kunnen vasthouden van minuscule greepjes biedt dan weer talloze nieuwe mogelijkheden. De klimstijl van Rustam Gelmanov (RUS) is daar een goed voorbeeld van.

Het is niet dat ik echt op een andere klimmer of klimster wil lijken, maar ik heb wel bewondering voor de stijl van anderen. Als ik zie dat Jain Kim (KOR) haar voet weer bij haar hoofd plaatst denk ik wel eens: nou dat zou ik ook wel willen kunnen! Of hoe Alex Puccio (USA) en Daniel Woods (USA) een knijper fixeren, dat is gewoon gaaf!

 

Vera-Zijlstra-1Jij vertrekt met het Nederlandse team binnenkort naar Sheffield (UK) om deel te nemen aan the Climbing Works International Festival. Ook zullen jullie daar met het Sloveense team gaan trainen. Wat voor voordelen heeft een dergelijke samenwerking?

Er zijn simpelweg meer mensen die op hetzelfde niveau klimmen. Wanneer je met andere wereldtoppers meetraint kun je ontzettend veel leren van elkaar. De een is weer beter in dit en de andere in dat. Je krijgt zo dus een super complete training op topniveau.
Het is heel belangrijk om in teamverband te trainen. Misschien kun je in je eentje ook heel goed worden, maar je kunt van anderen altijd iets leren. Daarnaast is een gezonde competitie tijdens de training belangrijk om beter te worden. Ik kijk er daarom naar uit om samen met Mina Markovic te trainen.

Vorig jaar heb ik met Alex Puccio (USA) in Engeland getraind en dat werkte ontzettend motiverend. Tijdens het boulderen konden we elkaar uitdagen en stimuleren. Natuurlijk is er dan ook een beetje concurrentie, je bent immers wedstrijdklimmer, maar je kunt ook samen genieten van het klimmen en dat maakt het zo leuk!

 

Wat is de perfecte voorbereiding voor de World Cups?

Lekker ontspannen! Als ik te gefocust ben, raak ik al gestrest voordat ik ook maar een greep heb aangeraakt. Voor mij is het belangrijk om me van tevoren niet teveel druk te maken, tijdens de wedstrijd komt de spanning toch wel.

Zowel mentale als fysieke ontspanning is heel belangrijk voor mij. Naarmate een wedstrijd dichterbij komt, ga ik steeds specifieker trainen. Ik doe dan bijvoorbeeld veel wedstrijdsimulaties.

Ik train zes dagen in de week. Soms zelfs twee keer per dag. Als ik me gewoon fit voel, herstel ik in een paar uur. In de aanloop van een wedstrijd zou ik dus ook kunnen blijven trainen, maar omdat je tijdens de wedstrijd optimaal uitgerust wilt zijn, gun ik me de twee dagen voor de competitie altijd absolute rust.

 

Doe je dat omdat je achteraf dan niet hoeft te denken “Wat als ik meer rust had genomen?”

Dat ‘wat als moment’ heb je hooguit door externe factoren. Je doet er alles aan om datgene te realiseren waardoor je optimaal kunt presteren. Daardoor heb ik nooit echt een ‘wat als moment’. In het uiterste geval stel je gedurende of na afloop van een wedstrijd bepaalde verwachtingen bij. Dat hoort bij nu eenmaal bij het proces van wedstrijdklimmen.

Over externe factoren gesproken, tijdens een World Cup in China moest ik in quarantaine vanwege de Mexicaanse griep. Dit was in een ontzettend vies ziekenhuis en ik liep daar een serieuze voedselvergiftiging op. Ik was blijkbaar niet de enige; zelfs het Chinese team was van het eten ziek geworden! Ik heb toen met hevige buikkrampen de wedstrijd geklommen en was achteraf blij dat ik überhaupt ergens boven kon komen.

 

Waarin verschillen de World Cups van de Nederlandse competitie?

Vera-Zijlstra-3

De verschillen zijn enorm. Voor een nationale wedstrijd bereid ik me niet specifiek voor. Ik probeer altijd mee te doen als training, hoewel het vaak heel anders voelt. Tijdens een nationale wedstrijd zijn alle ogen altijd op mij gericht en het voelt eigenlijk alsof ik niet mag verliezen. Dat klimt niet echt ontspannen.

Ook is er een gigantisch verschil in niveau, van zowel de boulders als de concurrentie. Op een World Cup heb ik het gevoel dat ik uitgedaagd wordt, terwijl ik in Nederland niet kan falen. Dat klimt heel anders.

Met regelmaat wordt de competitie in Nederland beslist door de foutjes van de klimmers. Als ik uitglijd, wint Nikki en andersom. Bij een World Cup mag je natuurlijk ook geen fouten maken, maar omdat je resultaat meer afhangt van het aantal tops dan het aantal pogingen, kun je vaak op een ander moment weer wat goed maken.

Ik hoor mensen soms zeggen: ‘die boulders zijn niet moeilijk, dus je klimt ze zo’, maar zo werkt het niet. Het zijn juist de gemakkelijke boulders die ervoor zorgen dat je gespannen klimt. Daar mag je namelijk écht niet uit vallen. Mentaal is dit heel zwaar. Ik vind het daarom jammer dat ik in de nationale competitie meer bezig ben met het vermijden van foutjes dan het uitklimmen van boulders!

Ik zou graag zien dat de boulders uitdagender en daarmee ook moeilijker worden gebouwd. Ook voor de andere deelnemers zou dit interessanter zijn. Op dit moment lijkt het soms dat de wedstijden tussen breedtesport en topsport in blijven hangen. Deelnemers worden daardoor niet uitgedaagd om beter te worden. Zodoende wordt de kloof tussen top en subtop in stand gehouden. Ik denk dat er op dit moment genoeg dames zijn die hard willen trainen, maar die de stimulans missen om dat ook te gaan doen.

Als de Nederlandse bouldercompetitie een wedstrijd van het hoogste niveau moet zijn, dan moet dat ook blijken uit de boulders die gebouwd worden.

 

Tijdens de finale van Boulder 1 in Enschede leek je soms gefrustreerd. Hoe kwam dit?

Boulder 1 was voor mij niet ontspannen. De dag voegde voor mij niet zoveel toe en ik was misschien liever een dag gaan trainen. Ik was daardoor enorm gefrustreerd. Gedachten als ‘wat doe ik hier?’ spookten de gehele dag door mijn hoofd. Van het klimmen heb ik dan ook niet echt genoten.
Ik voelde me ook niet gerespecteerd om mijn klimniveau. Ik heb me al regelmatig uitgesproken over het niveau van de boulders en dan lees je de finaleboulders in… is de moeilijkste 6b! Ik flash 7b’s, soms zelfs 7c. Een fysieke uitdaging zou het dus niet worden.

En dan komt de discussie in je hoofd: je kunt het niet maken om te stoppen, maar echt zin om lekker te klimmen heb je ook niet. Daarbij komt dan nog de spanning dat je absoluut niet uit een 6b wilt vallen. Daardoor voelde het een beetje als een verplicht nummertje en werd het uiteindelijk niet de inspirerende wedstrijd waar ik op gehoopt had.

 

Maar met de eerste finaleboulder leek je toch moeite te hebben? Die leek vanuit het publiek niet zo moeilijk.

Het was een sprongetje naar een bak, maar ik was ontzettend gespannen en als je gespannen bent, kun je gewoon niet mikken. En het was echt een hele goede greep waar ik heen moest!

Als je gefrustreerd bent, mis je de gemakkelijkste dingen. En dan hoor je: ‘het was moeilijk genoeg, want je kon niet alles flashen.’ Nou, het is af en toe leuk om alles te flashen, maar het is leuker om bij het klimmen uitgedaagd te worden.

 

Het niveau van de damesboulders moet dus omhoog. Bestaat er bij de heren hetzelfde probleem?

Bij de heren wil het wel eens gebeuren dat een boulder niet getopt wordt, maar bij de dames is dat al heel lang niet meer gebeurd. De klimniveaus van de heren(top) liggen ook dichter bij elkaar, waardoor er voor meer deelnemers moeilijk gebouwd kan worden.

 

Skiester Lindsay Vonn (USA) heeft ooit gevraagd aan de skibond of ze met de heren mee mocht doen, omdat de damescompetitie haar te weinig uitdaging bood. Zou dit niet ook iets voor jou zijn?

Vera-Zijlstra-4

Net als Vonn heb ik gevraagd of ik met de heren mee mocht klimmen. Dit verzoek werd helaas afgewezen.

Ik hoop natuurlijk ook dat er meer sterke vrouwen aan de competitie deel zullen nemen, die gemotiveerd raken door moeilijke boulders. Op dit moment is Nikki (van Bergen) mijn enige concurrent, mits de boulders moeilijk genoeg zijn. Als het een finale met alleen 6b’s is, zijn er natuurlijk meer kanshebbers. Eén footslip kan dan al een groot verschil maken, omdat elke deelnemer dat niveau in principe kan flashen.

 

Zijn er niet gewoon te weinig vrouwen in Nederland die op wedstrijdniveau klimmen?

Ik geloof dat er genoeg dames zijn die hard willen trainen voor een wedstrijd. Toch blijf ik erbij dat zij bij een wedstrijd uitgedaagd moeten worden, zodat ze zich verder kunnen ontwikkelen.

Tijdens mijn eerste wedstrijden raakte ik altijd enorm gemotiveerd door sterkere klimsters die iets konden dat ik niet kon. Ik kan me mijn eerste Europese Jeugdkampioenschap nog herinneren, waarbij iemand rustte op een greep die ik amper vast kon houden. Dat heeft mij enorm gestimuleerd om mijzelf verder te ontwikkelen!

 

De zon trekt langzaam weg en het wordt iets frisser op het terras. Ondertussen smeden Vera en ik snode plannen om bij de volgende wedstrijd onze scoreformulieren uit te wisselen. Zo kan zij met de heren meedoen en ik klim altijd graag met de dames!
Opeens valt de tape rond haar vingers mij op…

 

Vera, hoe gaat het met de blessures?

Eigenlijk super goed! De ringbandjes in twee van mijn vingers ben ik voor altijd kwijt, maar daar heb ik weinig last van. Dit is trouwens precies de week dat ik een jaar en twee jaar terug geblesseerd raakte. Deze week is daarom mentaal een beetje spannend. Als je twee jaar op rij rond dezelfde tijd je ringbandjes afscheurt, word je uiteraard wat voorzichtiger. Verder heb ik  gelukkig nergens last van.

 

Gelukkig maar!
Dan als laatste vraag: klim je nog wel eens buiten?

Jazeker! Ik ben laatst nog in Fontainebleau geweest. Ik heb helaas weinig af kunnen maken, maar heb er weer veel nieuwe projecten bij gekregen. Zo ben ik bezig in Les Beaux Quartiers (8a/8a+) en een aantal mooie 7c’s. Ik moet eigenlijk weer een paar keer terug om ze af te maken!

 

Dat belooft wat! Houd ons op de hoogte!
Vera, bedankt voor dit interview en de bijzondere anekdotes. We kijken er al naar uit om je weer via de IFSC-Livestream aan te moedigen. Succes!

Tekst: Paul Kaufman
Foto’s: Fokke Zijlstra en Bram Berkien

 

Over de auteur Bekijk alle berichten Auteur website

Paul Kaufman

Hoofdredacteur en mede-oprichter van Siked! Deze taaltechneut eet gewoonlijk keien als ontbijt, maar gooit eigenlijk net zo lief een touwtje uit. Naast klimmen en boulderen doet Paul vooral aan klimmen en boulderen.