Siked!

Weg met waarderingen!

Routebouwer Michiel Hennevelt gaf ons eerder zijn mening over zogeheten circusboulders. Een onderwerp dat misschien nog wel meer discussie oproept zijn waarderingen van boulders. Zijn deze überhaupt wel nuttig in een bouldergym? 

Als er iets tot veel controverse en discussie in de klimwereld leidt zijn het wel de waarderingen van routes en boulders. Deze combinatie van cijfer en letter, soms met een plusje erbij, kan de emoties hoog doen oplopen. Op 8a.nu vind je te veel voorbeelden van eindeloze discussies over dit onderwerp. Zie bijvoorbeeld het topic over de beklimming van Open Your Mind Direct door het jonge toptalent Ashima Shiraishi: was die route na het uitbreken van een greep 9a+ of toch nog een 9a? Is al deze discussie terecht? Dat hangt ervan af. Ook hier geloof ik dat het antwoord in de scheiding tussen binnen- en buitenklimmen ligt.

Om te beginnen met buitenklimmen, hier dienen waarderingen twee doelen: ze bieden de mogelijkheid om jouw prestaties met die van andere klimmers te vergelijken en ze laten de progressie in de top van de sport zien. Dit systeem, en daarbij moet ik zeggen dat ik het over de “gemiddelde boulders” van 6A tot 8A heb, werkt nog goed ook! Het grote bezwaar is natuurlijk dat graden maar subjectief zijn, dat aan routes niet één waardering te geven is, laat staan dat je verschillende routes kan vergelijken. Om maar niet spreken over de verschillen tussen twee klimgebieden!

Ik zal niet ontkennen dat dit allemaal waar is, maar het is minder erg dan het lijkt. Het mooie van buitenklimmen is dat de boulders en routes niet weglopen. De problemen die er toe doen worden jaarlijks door duizenden klimmers geprobeerd en getopt. Een deel van die klimmers geeft, online of lokaal, zijn mening over de waardering van de beklimming. Ook het aantal beklimmingen zelf kan een betrouwbare graadmeter zijn. Door niet alleen in de topo te kijken maar ook met andere klimmers te praten en online te kijken, denk aan het percentage-systeem van bleau.info, krijg je dus een goed beeld van wat een eerlijke waardering is.

Dit systeem werkt binnen niet. De belangrijkste reden waarom we binnen routes waarderen is zodat de klimmer – lees: klant – snel kan zien welke route hij kan instappen zonder gevaar voor blessures of juist spontane slaperigheid. Als je binnen te veel de focus legt op het cijfertje loop je niet alleen het risico dat je jezelf voor de gek houdt, je gaat ook voorbij aan de belangrijkste reden waarom klimmen zo vet is: je kan op oneindig veel manieren je eigen grenzen verleggen. Waarom zou je dit meten aan de hand van een arbitraire score, gegeven door iemand die hele andere dingen als moeilijk ervaart dan jij en dat zelf vaak niet eens doorheeft? Je voelt zelf beter dan wie dan ook aan wanneer je jouw eigen limieten overstijgt.

michiel-grades

Op plastic hebben we daarom veel minder aan waarderingen dan buiten. Een aantal hallen erkent dit en heeft zijn eigen systeem. Zij kiezen bijvoorbeeld voor maar drie of vijf gradaties: makkelijk, gemiddeld en moeilijk. Het systeem dat Nederlandse boulderhallen volgen – circuits met boulders van vergelijkbare moeilijkheid, waarderingen zijn op een centraal punt in de hal te vinden – leent zich perfect voor zo’n oplossing. De circuits laat je in stand, het bord met waarderingen kan de vuilnisbak in. Zo zie je nog steeds in één oogopslag welke problemen voor jou het meest uitdagend zijn, terwijl nutteloze discussie over de waardering achterwege kunnen blijven.

Wanneer je dus weer eens bijna in een vuistgevecht belandt over de vraag of die ene gele nou wel of geen 7A is, moet je bedenken dat die graad meestal door slechts één tot twee mensen bepaald is. Verder breken die bouwers vaak niet heel lang hun hoofd over een plusje meer of minder. Er wordt liever zoveel mogelijk tijd besteed aan de kwaliteit van de boulders. En zo hoort het ook; van een goede boulder geniet je niet omdat je 1000 punten mag claimen op 8a.nu, maar omdat het een goede boulder is!

Tekst: Michiel Hennevelt

Over de auteur Bekijk alle berichten

Michiel Hennevelt

Columnist en routebouwer Hennevelt is baas in grepen, wanden en schroeven en kan ook nog eens een aardig potje boulderen! Zijn uitgesproken analyses weten bovendien altijd een gevoelige snaar te raken.