Siked!

Na een enerverend wedstrijdseizoen en een NK Boulder waar nog lang over nagepraat zal worden maakt columnist Michiel Hennevelt de balans op. Hoe moeten routebouwers én beleidsmakers inspelen op de ontwikkeling en groeiende populariteit van de sport?

Zelden brengt een boulderwedstrijd zoveel discussie teweeg als het NK Boulder dit jaar. Hoewel iedereen het er wel over eens is dat de boulders zeker in de mannenfinale te hard waren, lopen de meningen uiteen van ‘slechts een klein tikkeltje te moeilijk’ naar ‘slaapverwekkend’ en ‘oninteressant’. Ik ga in deze column geen inhoudelijk commentaar meer geven op de boulders. Niet alleen is er genoeg over gezegd, ik ben als medebouwer ook partijdig. Wel wil ik dit NK in het bredere perspectief van het hele afgelopen boulderseizoen plaatsen. In mijn vorige column stelde ik dat er twee visies mogelijk zijn op het wedstrijdboulderen. Terugkijkend op het rommelige afgelopen seizoen blijkt er ook een derde weg te zijn: geen visie.

Terugblik op het boulderseizoen 2016

Uiteindelijk komt een wedstrijd op twee elementen neer: de uitslag en de show voor het publiek. Afhankelijk van het type wedstrijd moet er een afweging gemaakt worden tussen die twee elementen. Ik kom aan het eind van deze column nog terug op wat bij een NK de doorslag moet geven. Nu eerst een terugblik op de competitiewedstrijden, waar een goede uitslag overduidelijk de eerste prioriteit van de bouwers moet zijn.

Om te beginnen met boulder 1 (Cube). Tussen de eerste en de tweede plek staat slechts een minimaal verschil van één poging naar de bonus. Gezien de rest van de uitslag lijkt dat te komen door een relatief makkelijke set boulders, waar één foutje de hele uitslag kan omgooien. Over te makkelijk gesproken: zowel de mannelijke als de vrouwelijk winnaar flashte bij boulder 2 (Sterk) alle vier de finaleboulders. Ook hier bleek één fout fataal. Dit zal topatleet Rustam Gelmanov, die tweede werd achter topatleet Remmelt Dirksen, het hardst gevoeld hebben. Boulder 3 (Bolder Neoliet): mooie vrouwenfinale, teleurstellende mannenfinale met wederom een uitslag op pogingen. Boulder 4 (Monk Eindhoven) maakte het seizoen uiteindelijk nog een beetje goed. De mannenset lag ook hier echter op de grens van te moeilijk en precies goed, iets wat je meteen ziet als je de eerste plek wegdenkt en naar de overige vijf deelnemers kijkt.

Ferdinand Schulte

 

Op naar 2017

Als we het NK bij de vier competitiewedstrijden optellen, is het duidelijk dat er geen bewuste afstemming is tussen de verschillende wedstrijdbouwers. Een finale met alleen flashboulders niet moeilijker dan 7B, een (bijna) onmogelijk finale met boulders vanaf 7C en alles ertussenin kwam langs. Wat willen we nu precies vragen van de klimmers?  Het is begrijpelijk dat sommige bouwers graag een futuristisch harde finale zien, terwijl andere bouwers de flash-skills van de atleten willen testen. Daar komt nog bij dat een set boulders nooit precies zo uitkomt als de bouwer wil, daarvoor zijn er te veel variabelen. Veel bouwers zullen helemaal niet zitten te wachten op visie vanuit bijvoorbeeld de NKBV, omdat de expertise op het gebied van bouwen vooral bij de bouwers zelf ligt. Dat neemt echter niet weg dat er helemaal geen sturing mogelijk is, die sturing moet alleen komen vanuit de bouwers zelf. De NKBV zou hier een faciliterende rol in kunnen nemen en aan het begin van het volgende seizoen iets op dit gebied kunnen organiseren.

nk-boulder-bram-berkien-julia

 

NK

Dan nog even mijn bijdrage aan de discussie over het NK, iets wat niet mag missen in een terugblik op het afgelopen seizoen. Wat in de discussie te weinig wordt meegenomen, is dat het NK slechts één wedstrijd is. Het mag dan de grootste wedstrijd van het jaar zijn, het blijft zowel voor de bouwers als voor de klimmers een momentopname. Het mooie aan een bouldercompetitie van vier wedstrijden is dat alle onzekere, niet-beïnvloedbare factoren in de optelling van vier wedstrijdresultaten een veel kleinere rol spelen dan in de enkele momentopname van het NK. Ik trek hieruit de conclusie dat het winnen van de eindstand in de competitie een knappere prestatie is dan het winnen van het NK.

Daarnaast is het NK ook de boulderwedstrijd die het meest de aandacht trekt van klimmend én niet-klimmend Nederland. Deze twee constateringen rechtvaardigen de conclusie dat het publiekselement bij een NK, in tegenstelling tot bij een competitiewedstrijd, veel meer de doorslag moet geven voor de bouwers. Dat is voor sommigen misschien onbevredigend of ronduit belachelijk, maar dat is wel in het belang van de sport. Een sport wordt alleen groter doordat meer mensen er betrokken bij raken, het NK is en blijft de perfecte jaarlijkse gelegenheid om hierin stappen te maken.

Over de auteur Bekijk alle berichten

Michiel Hennevelt

Columnist en routebouwer Hennevelt is baas in grepen, wanden en schroeven en kan ook nog eens een aardig potje boulderen! Zijn uitgesproken analyses weten bovendien altijd een gevoelige snaar te raken.