Siked!

Zeno Schaekers kwam voor het eerst op onze radar toen hij zijn biceps vergeleek met die van Dave Graham en Daniel Woods. Het was begin 2016 en hij had net zijn eerste 8a Mishi geklommen. Sindsdien is er veel veranderd in het leven van de jonge klimmer.

Ondertussen is Schaekers lid van Jong Oranje en timmert hard aan de weg. Afgelopen jaar scoorde hij in de Frankenjura zijn eerste 8b en eind 2016 verweerde hij zich uitstekend in de finale van het NK lead. Wij zochten de Rab-atleet op in Boulderhal Sterk en spraken hem over trainen, wedstrijden en dromen over 9a.

Trainen

Trainen heb ik altijd bij Climb UP gedaan, een lokale vereniging in Mountain Network Nieuwegein. Daar lag de focus vooral op techniek en plezier halen uit het klimmen.

Ik heb me daar zonder druk kunnen ontwikkelen. Klimmers van Climb UP klimmen ook altijd heel netjes, wat je later niet meer echt kunt veranderen. Kracht kun je altijd nog bijtrainen.

 

 

Het mooie aan klimmen vind ik de gezelligheid, leuk met elkaar klimmen. Bij mij ligt de focus nu vooral op de vooruitgang. Ik heb erg de behoefte om beter te worden.

 

Nederlands team

Lid zijn van het Nederlands team is iets dat ik al een lange tijd wilde. Begin 2015 mocht ik meedoen tijdens de proefperiodes, ik trainde toen zes keer mee. Het was best spannend, zeker tijdens het evaluatiegesprek. Toen kreeg ik te horen dat ik nog niet goed genoeg was. Ik heb daarna weer bij Climb UP getraind en werd een jaar later opnieuw gevraagd voor de proefperiode. Deze keer haalde ik het wel, maar moest nog een paar extra trainingen meedraaien als test.

Na die trainingen kreeg ik de vraag: lijkt het je leuk om bij het Nederlands Team te komen én over vijf dagen mee naar Spanje te reizen voor het trainingskamp? Ik moest toen nog alles regelen!

 

 

Die trip naar Spanje was meteen een hoogtepunt. Het was heel vet om met zo’n grote groep sterke atleten te zijn en harde routes te klimmen. Ik was nooit eerder op deze manier buiten geweest, ik had zelfs nog nooit eerder gevlogen! Nu klom ik ineens met Jorg Verhoeven en liepen we zomaar Adam Ondra en Daniel Woods tegen het lijf.

Ook bij trainingen in Nederland is het fijn om met sterke gemotiveerde klimmers samen te trainen. Het is enorm leerzaam om in een groep terecht te komen waarbij ze allemaal beter zijn dan jij.

 

Tegenslag

In het voorjaar liep ik een domme blessure op: ik deed een boxjump en sloeg heel hard met mijn hand tegen de box. Die bleek daarna gebroken te zijn, waardoor ik die arm vijf weken niet heb kunnen gebruiken. Ik heb wel geprobeerd om met één arm te trainen, maar moest nadat de blessure genezen was weer een hele maand opbouwen. Zo was ik bij elkaar wel twee tot drie maanden kwijt, terwijl ik in die tijd ook beter had kunnen worden.

Het is echt zonde dat zo’n stommiteit een vertraging in mijn ontwikkeling opleverde.

 

 

Een andere tegenslag was op het NJK lead van 2015. Ik voelde me toen echt fit en sterk en had het gevoel dat ik kon winnen. Ik plaatste me als zesde voor de finale en wilde daarin laten zien wat ik kon. Een heel eind in de route was ik nog niet zo verzuurd, maar toen sprong ik mis naar een greep en liep ik de overwinning mis. Ik dacht er toen echt te makkelijk over. Het heeft me wel geleerd dat ik altijd gefocust moet blijven.

 

“Aan”

Een van de belangrijkste dingen in klimmen is voor mij de warming-up. Als ik niet echt “aan” sta merk ik dat direct tijdens een training of wedstrijd. Ik heb het echt nodig om meteen scherp te zijn. Daarom warm ik lang op, totdat ik voel dat ik helemaal lekker kan bewegen.

 

Het leukste deel van trainen blijft natuurlijk om gewoon lekker te klimmen. Ik vind het leuk om funky en gekke boulders te verzinnen waar je je creativiteit op los kan laten: gekke sprongen en rare bewegingen.

Ik vind het minder leuk om in mijn eentje te trainen, het is een beetje saai en als je met anderen klimt kun je elkaar pushen. Je houdt elkaar scherp. Klakkeloos oefeningen herhalen vind ik ook niet zo interessant, ik ga dan vanzelf praatjes maken. Dan doe ik liever mijn eigen ding: gewoon lekker boulderen, campussen: als het maar met klimmen te maken heeft.

 

 

De European Youth Cup in Sofia vorige week was mijn eerste internationale bouldercompetitie. Ik wist niet precies wat ik ervan moest verwachten, maar eigenlijk leek het heel veel op een nationale jeugdwedstrijd in Nederland. In Sofia werd ik 24ste van de 36 deelnemers in mijn categorie. Die plaats vond ik aan de lage kant, maar het veld lag erg dicht bij elkaar. De verschillen in pogingen en tops waren maar klein. De boulders waren ook hard, vertelde Don van Laere me.

Overall ben ik dus wel redelijk tevreden, ik loop niet ver achter. Voor de volgende keer kan ik nog wel wat winnen door mijn tijd beter in te delen.

 

9a

Mijn uiteindelijke droom is om een 9a-route te klimmen. Ik weet niet waar en wanneer, maar het is iets dat ik echt wil bereiken. Ik ben nog jong en kan me hopelijk nog sterk ontwikkelen. Als ik zie hoeveel ik in een jaar vooruit ben gegaan verwacht ik dat ik nog veel kan verbeteren.

Voor die droom van 9a klimmen moet ik de juiste route vinden waar al mijn sterke punten in zitten, en geen van mijn zwaktes. En vooral natuurlijk nog jarenlang heel hard trainen. Maar laat ik eerst maar eens 8c klimmen…

 

 

Over de auteur Bekijk alle berichten Auteur website

Bram Berkien

Mede-oprichter van Siked! Verzorgt fotografie en een artikel hier en daar. Daarnaast ook zelfstandig werkzaam als active lifestyle fotograaf. Na een begin als boulderaar kan hij nu ook de lokroep van het sportklimmen niet weerstaan.